De ongeëvenaarde liefde
De liefde van God is de allerbeste liefde.
Ze zendt mij het rijkste geschenk. Een ongelovig mens staart mij aan en vraagt: “Wat is het dan dat Hij schenkt?”
Geen goud of edelstenen. Geen huizen of landerijen. Niet de wereld met al haar rijkdommen. Nee, Hij geeft mij zelfs geen engel met schitterende wijsheid en vurig mededogen.
Hij geeft mij iets veel beters. Iets onmeetbaars … Het is Jezus Christus.
Hij geeft mij Zijn eigen Zoon, de Zoon van Zijn huis en van Zijn hart.
En door deze liefde lijdt Hij voor mij de ergste pijn. Ik kan de menswording niet scheiden van de kruisdood, Bethlehem niet van de Calvarieberg; de stal is slechts een tussenstop op weg naar de heuvel van smaad.
Jezus nam mijn natuur aan om mijn ziel te kunnen vrijkopen.
Hij werd geboren om te sterven.
En voor Zijn Vader, die dit alles aanschouwde, alles goedkeurde en elke stap volgde van die afgrijselijke tocht naar het einde, moet het verdriet in die laatste momenten haast ondraaglijk zijn geweest. God weet wat lijden is. Hij kent verdriet.
En deze liefde zegent mij, de meest onwaardige.
Mensen houden van het beminnelijke. Iemand die naar je lacht, verovert gemakkelijk je hart. Maar God betuigde Zijn liefde voor mij toen Hij voor mij stierf, terwijl ik nog een zondaar was. Ik lachte niet naar God. Er was niets liefs of goeds in mij: ik was een verloren zoon, een vijand.
Het was toen, terwijl ik nog een heel eind weg was, dat de Vader naar me toe rende, me om de hals viel en me kuste.
Hij opende Zijn diepste hart voor mij.
O, de liefde van God is zo groot! En als Zijn genegenheid mij heeft aangeraakt, zal Hij Zijn genade nooit meer intrekken.
De tijd beïnvloedt mijn aardse liefdes vaak; de tijd kan scheiden en verdelen, verdorren en verkoelen.
Maar God houdt van mij tot het einde, door het einde heen, voor altijd.
Alexander Smellie