Een gouden pijpleiding
Bewerkt naar een artikel van E.M. Bounds (1870)
De kracht van het evangelie ligt in het karakter van Gods kinderen.
God heeft het evangelie en zijn zegenrijke kracht toevertrouwd aan zijn kinderen. Als gelovigen dragen wij die boodschap, maar we kunnen haar óf versterken, óf verzwakken. We zouden als een gouden pijpleiding moeten zijn waar Gods hemelse olie ongehinderd doorheen stroomt. Maar die leiding moet niet alleen van goud zijn — ze moet ook open zijn, schoon en niet verstopt. Alleen dan kan Gods zegen vrijuit vloeien.
Toch is het God die ons moet vormen en zuiveren. Alles wat uit ons voortkomt, draagt het stempel van wie wij zijn. De schat van het evangelie bevindt zich in aarden vaten — in ons. Maar de smaak van het vat beïnvloedt de smaak van de olie en haar puurheid. Een leven met God is geen project voor tussendoor, maar een levenslang proces. Het kost tijd om een echte getuige te worden, omdat het tijd kost om een mens te vormen.
Een ware getuigenis groeit met de mens. Ze is krachtig als de mens krachtig is. Heilig als de mens heilig is. Vervuld van goddelijke kracht, als de mens uit die kracht leeft. Dode, ongeïnspireerde mensen brengen een dood en krachteloos geloof over. Alles hangt af van het geestelijke karakter van degene die spreekt.
In het Oude Testament droeg de hogepriester een inscriptie van puur goud op zijn voorhoofd: “Heiligheid voor de HEER.” Datzelfde heilige motto moet het hart vormen van iedere christen die in dienst van Christus staat. Jonathan Edwards zei het zo: “Ik streef er elke dag naar om meer geheiligd te worden en gelijkvormiger aan Christus. De hemel waar ik naar verlang is een hemel van heiligheid.”
Het evangelie verspreidt zich niet vanzelf. Het beweegt met de mensen die het uitdragen. De christen moet het evangelie zélf belichamen. De goddelijke eigenschappen ervan moeten zichtbaar zijn in zijn of haar leven. Liefde moet hem aandrijven — niet als een vlaag van emotie, maar als een alles overheersende, zelf verloochenende kracht. Zo iemand is nederig, zachtmoedig, wijs als een slang maar onschuldig als een duif. Een dienaar in houding, maar met de geest van een koning — krachtig en waardig, maar met de eenvoud van een kind. En steeds brandend van toewijding, levend voor het welzijn van anderen.
Alleen dan kunnen we een generatie winnen voor Christus. Maar als we angstig leven, vasthouden aan onze reputatie of vooral bezig zijn om mensen te behagen, zullen we de wereld niet bereiken.
De krachtigste prediking van een christen is die aan zichzelf. De vorming van de twaalf discipelen was het grote en blijvende werk van Christus. Christenen zijn niet geroepen om alleen maar preken te maken, maar om éérlijke mensen te zijn, bereid om zich door Christus te laten vormen. God zoekt geen mensen met grote talenten of indrukwekkende diploma’s, maar mensen die groot zijn in heiligheid, in geloof, in liefde, in trouw; groot in toewijding aan God.
De eerste christenen waren zulke mensen. Vast van karakter, gevormd naar een hemels voorbeeld; moedig, standvastig, als soldaten van heiligheid. Voor hen betekende getuige zijn: jezelf verloochenen en je kruis dragen.
De echte getuigenis wordt geboren in de binnenkamer. De man of vrouw van God wordt gevormd in de stilte van het gebed. Daar, in die heilige gemeenschap met God, worden hun diepste overtuigingen en meest krachtige boodschappen geboren. In die verborgen strijd, in dat innerlijk roepen, groeit hun geestelijke kracht.
Gebed vormt de mens en als een gemeente zwak is, dan is dat omdat ze zwak is in het gebed.