Maandag 8 september 2025

 

Gebed

Help mij om het rustiger aan te doen, Heer!

Kalmeer het bonzen van mijn hart door mijn geest tot rust te brengen. Breng vrede in mijn gespannen hart door mijn blik op de eeuwigheid te richten.

Geef mij, te midden van de verwarring van mijn dag, de kalmte van de eeuwige heuvels.

Laat de rustgevende muziek van Uw zacht kabbelende wateren in mijn hart klinken.

Leer mij de kunst van ontspannen: de schoonheid van een bloem zien, met een ander mens praten, een hond aaien, of een stukje in een goed boek lezen.

Herinner mij elke dag aan de fabel van de haas en de schildpad, zodat ik weet dat de race niet altijd wordt gewonnen door de snelste en de sterkste, maar dat het om andere dingen gaat.

Laat mij opkijken naar de takken van de torenhoge eik en beseffen dat hij groot en sterk is geworden omdat hij langzaam en goed is gegroeid.

Help mij, Heer, om langzamer te gaan en wilt U mij helpen mijn wortels diep te laten groeien in de grond van de blijvende waarden van het leven, zodat ik naar de sterren van mijn grotere bestemming toe kan groeien.

Wilferd Arlan Peterson (1900–1995), Amerikaanse schrijver

Heer, wilt U ons helpen en ons laten zien dat:

Wij het ons niet kunnen veroorloven een winst te behalen die een ander te gronde richt.
Wij het ons niet kunnen veroorloven de kroon te missen door te struikelen bij het kruis.
Wij het ons niet kunnen veroorloven een achteloze grap te maken die ons een vriend ontneemt;
Wij het ons niet kunnen veroorloven te spelen met de slang, totdat zij ons bijt.
Wij het ons niet kunnen veroorloven te denken dat de zonde ooit ware vreugde schenkt.
Wij het ons niet kunnen veroorloven de cynicus serieus te nemen in zijn spot;
Wij het ons niet kunnen veroorloven wijze woorden achteloos naast ons neer te leggen.
Wij het ons niet kunnen veroorloven haat met haat te vergelden;
Wij het ons niet kunnen veroorloven onze ziel te verliezen voor de vluchtige vreugde van deze wereld.
Wij het ons niet kunnen veroorloven het leven te verkwanselen in een waanzinnige ruil voor de dood.

Hoe blind zijn wij zonder U, o grote, alziende Heer.
O, schenk ons licht, opdat wij leren wat wij ons niet kunnen veroorloven.

Er was eens een man die mij groot onrecht had aangedaan. Dag na dag probeerde ik hem mee te sleuren naar de troon van God, vastbesloten om daar gerechtigheid te verkrijgen. Telkens wanneer ik hem stevig bij zijn kraag had gegrepen, raakte ik de weg naar de troonzaal van de Koning kwijt.

Jarenlang putte ik mezelf uit in deze pogingen om mijn onderdrukker voor het gerecht te sleuren. Mijn hart brandde van woede en mijn handen trilden van inspanning, maar de weg naar Gods troon bleef verborgen. Sterker nog, het leek alsof ik steeds verder van mijn doel afdwaalde.

Op een dag ontmoette ik een wijze oude man langs de weg. Hij keek naar mij en mijn gevangene met een vriendelijke, maar doordringende blik in zijn ogen.

“Wat doe je met die man?” vroeg hij zacht.

“Ik breng hem naar Gods rechterstoel,” riep ik uit, mijn stem schor van uitputting.

De oude wijze knikte langzaam. “Dus het is God die je zoekt?”

“Alleen Hij kan rechtspreken tussen deze man en mij,” antwoordde ik met alle overtuiging die ik in me had.

Zijn ogen lichtten op alsof hij een kostbare waarheid met me wilde delen. “Ik zal je helpen,” zei hij. “Ga gewoon naar rechts, over die heuvel daar, daar zul je God vinden.”

Mijn hart sprong op van dankbaarheid. Eindelijk zou er recht geschieden! Ik bedankte de wijze man en haastte me met mijn gevangene de heuvel op, mijn voeten bijna vliegend over de grond in mijn verlangen naar gerechtigheid.

Maar toen ik de top bereikte, verstijfde ik. Daar was geen rechtszaal, geen gouden troon, geen machtige rechter in koninklijke gewaden. In plaats daarvan hing daar mijn Koning aan een kruis; bloedend, lijdend, stervend.

Op dat moment werd mijn eigen zonde zo duidelijk en volledig ontmaskerd dat ik onmiddellijk om me heen keek, in de hoop dat niemand anders mijn schaamte kon zien. De zonde van de man die ik zo wanhopig had willen aanklagen verbleekte bij de zonde die ik nu in mezelf herkende. Ik besefte dat ik geen enkele hoop had om aan de straf voor mijn eigen zonden te ontsnappen.

Maar toen, als door een wonder en met Zijn laatste ademtocht sprak de Koning tot mijn hart en zei Hij: “Vader, vergeef het hem. Open zijn ogen zodat hij mag zien.”

Plotseling veranderde het hele tafereel voor mijn ogen en stond ik daar niet langer als de aanklager maar als iemand die gebroken voor het kruis neerviel en, gewassen in het bloed van het Lam, zelf genade had ontvangen.

Deze week nieuw op de site

In zijn boek Sit, Walk, Stand beschrijft Watchman Nee een evangelisatiemissie naar een eiland voor de kust van Zuid-China. De groep bestond uit zeven personen, waaronder een pasbekeerde jongen van 16 jaar die hij “Broeder Wu” noemt.
Lees hier verder

Bij de deur van het hotel stond een bordje: ‘Verboden te spugen.’ Ik dacht nog: ‘Wat een vreemd bordje,’ want toen ik naar de grond keek, zag ik dat bijna iedereen daar gespuugd had.
Lees hier verder

Spreuk van de week

Goed met goed vergelden is menselijk; kwaad met goed vergelden is goddelijk.
Onbekend

O, hoe kostbaar is de tijd en hoe pijnlijk is het om te zien hoe hij voorbijglijdt, terwijl ik zo weinig doe dat echt zinvol is. O, dat God mij vruchtbaarder en geestelijker mag maken.
David Brainerd

Laat geen enkele gedachte door je hoofd spoken waarvoor je je zou schamen als je hem hardop zou uitspreken.
Onbekend

Ik heb het Boek niet doorgenomen, het Boek heeft mij doorgenomen.
A. W. Tozer

Om over na te denken

Het voedsel van mijn geheime leven is het Woord van God: het heilzame, levenskrachtige Woord dat ik met vreugde en ijver tot me neem. Ik onderzoek het met aandacht, overdenk de voorschriften en beloften die erin staan en laat het elke vezel van mijn innerlijke leven versterken. Mijn geest vindt er rust en stabiliteit en mijn ogen openen zich voor de schoonheid van Gods schepping en Zijn wonderlijke werken.

Ik leer te wandelen en te spreken met God door deze rijke, schitterende wereld van de Bijbel die Hij voor ons heeft klaargezet. Zijn woorden vervullen mijn ziel met ontzag, Zijn glorie verwarmt mijn hart, en Zijn wonderen wekken een diepe dankbaarheid en bewondering die mijn hele wezen doordrenken.
Alexander Smellie

We komen heel dicht bij de Heer wanneer onze ziel meevoelt met de nood van een ander mens. We kunnen onze wandel met de Heer goed meten aan de reikwijdte van onze gevoeligheid voor de smart en pijn van de wereld. Onze God is de “Vader van medelijden.” Niets aan Hem is gevoelloos en zo wil Hij ook dat wij ontvankelijk zijn voor de kreten van de menselijke nood. Trots staat daarbij in de weg. Onze trots blokkeert altijd “de weg des Heren.” Maar nederigheid maakt ons doorlaatbaar voor het Goddelijke. Nederigheid zegt: “Spreek slechts het woord, Heer en het zal geschieden!” De romeinse soldaat beschouwde de woorden van de Heer als soldaten die de wil van de Heer gehoorzamen. Laat er één worden gesproken, dan wordt de opdracht onmiddellijk uitgevoerd. Heer, spreek ook tot mij. Laat mij uw Woord ook daadwerkelijk horen en maak mij zo gevoelig voor de pijn van deze wereld dat ik rond mag gaan als een brenger van hoop en licht.
J.H. Jowett  

De beroemde acteur Robert Redford liep op een dag door de hotellobby. Een vrouw zag hem en volgde hem naar de lift.

“Bent u de echte Robert Redford?” vroeg ze hem opgewonden.

Terwijl de deuren van de lift zich sloten, antwoordde hij: “Enkel wanneer ik alleen ben!”

Uit het archief van Spurgeon

Aan de muur van zijn slaapkamer hing bij Charles Spurgeon een bordje met Jesaja 48:10: “In de smeltoven van de ellende zal Ik je beproeven.”

Spurgeon schreef hierover:

“Het is geen geringe zaak om door God gekozen te zijn. Gods keuze maakt gewone mensen tot bijzondere mensen. Maar let op: wij zijn niet gekozen in de pracht van een paleis, maar in de hitte van de oven. In die oven wordt schoonheid aangetast, vorm vernietigd, kracht gesmolten en menselijke eer verpulverd. Toch is het juist dáár dat de eeuwige liefde haar geheimen openbaart en ons leert om in Gods goedheid te rusten.”

Uit de schatkist van het verleden



William Jennings Bryan zei eens dat hij meer leerde van een watermeloen dan van een wetenschappelijk boek. Eén pitje, kleiner dan een speldenknop, wordt in de grond gestopt. Dan komen de zon en de regen die het op onverklaarbare wijze tot leven wekken. Dat pitje verzamelt dan voedingsstoffen tot tweehonderdduizend keer zijn eigen gewicht, vormt zichzelf tot een meloen van wel veertig pond, bekleedt die met groen, voegt er wit en rood aan toe en verspreidt daarin honderden nieuwe pitten die elk diezelfde kracht in zich meedragen.

Bryan vroeg toen: “Wie heeft dit plan gemaakt? Waar haalt zo’n pit zijn kracht, kleur en smaak vandaan?” Hij besloot zijn verhaal met de woorden: “Als we niet eens het geheim van een watermeloen kunnen verklaren is het wellicht verstandig om de macht van de Almachtige God niet in twijfel te trekken.”

William Jennings Bryan (1860–1925) was een bekende Amerikaanse politicus en spreker, die drie keer probeerde president te worden. Hij stond bekend om zijn sterke christelijke geloof en werd beroemd door het Scopes-proces over de evolutieleer. 

Bijbels menu

‘Kom, want alle dingen staan voor je klaar.’ Zo klinkt de stem van de Heer die ons uitnodigt om deel te nemen aan Zijn feestmaaltijd. Niet ieder gerecht dat hier op aarde wordt geserveerd en niet iedere drank die de wereld ons biedt vult onze honger en lest onze dorst. Vaak verzadigen ze ons heel even en lopen we met een voldaan gevoel rond. Maar dan opeens begint onze maag weer te knorren en smachten we naar zuiver water. Sterker nog, we voelen ons leger dan ooit. 

Er is echter voedsel en drinken dat ons nimmer misleidt en dat ons niet teleur zal stellen. Als we het eten en drinken dat Jezus ons wil geven aannemen, zullen we nooit leeg terugkomen. Vaak zijn we Hem voorbijgegaan zonder acht op Zijn gaven en aanwezigheid te slaan. En toch blijft Hij ons roepen. Wij zijn koningskinderen en niets anders dan koningsgaven kunnen ons bevredigen. Allen die dorsten, kom naar de eeuwige bron. 

Klik hier voor een korte Bijbelstudie

Korte Anekdotes

Een oude christen vertelde eens over een jonge christen die de wanhoop nabij was en hem om raad vroeg. “Ik kan het niet. Hoeveel ik ook bid en hoe hard ik ook mijn best doe, ik kan maar niet trouw blijven aan mijn Heer. Ik maak zoveel fouten en ik vrees dat ik mijn redding verlies.” 

“Welnee,” antwoordde de oude christen: “Kijk naar deze hond hier. Dat is mijn hond: Die is zindelijk, gehoorzaam en altijd een plezier om bij me te hebben. Maar in de keuken heb ik een klein kind. Dat maakt voortdurend troep. Het gooit zijn eten rond, bevuilt zijn kleren, huilt precies wanneer ik wil slapen en ga zo maar door. Het is gewoon een complete chaos. Maar nu vraag ik je: ‘wie erft er uiteindelijk mijn bezit? Niet de hond, maar mijn zoon. Zo is het ook met jou: jij bent erfgenaam van Jezus Christus, niet vanwege je volmaaktheid, maar omdat Hij voor jou gestorven is. Het is Zijn genade die ons erfgenamen maakt, het komt niet door onze prestaties.”

Tegenwoordig ben je vrij om te zeggen dat God niet bestaat; het is ook prima om te zeggen dat Hij misschien wel bestaat, maar dat Hij slecht is en je aandacht niet waard. Je mag zeggen dat wij Hem zelf hebben geschapen en dat Hij niet meer is dan een oubollige Sinterklaas. Ja, dat kan allemaal. Je kunt over Hem spreken als een metafoor of mystificatie; je kunt Hem verbergen achter bergen ingewikkelde woorden, of Hem gebruiken als een vloekwoord. Het maakt niets uit. Je wordt er niet voor gestraft en niemand protesteert.

Maar wat je niet kunt doen, is praten over God alsof Hij een feit is, een levend wezen zoals een leeuw of een tijger. Als je beweert dat God de reden is waarom je leeft en dat Hij de richtlijn voor je leven is, wordt de wereld zenuwachtig en zal ze proberen je de mond te snoeren. We zijn allang voorbij het punt waarop men zich afvroeg of een ongelovige gestraft moest worden voor zijn gebrek aan eerbied. Tegenwoordig geldt het als oneerbiedig om wél een gelovige te zijn.

G.K. Chesterton en George Bernard Shaw, Christianity Today, 9 november 1992 

Hemels perspectief

Een predikant vertelde eens een verhaal over zijn grootmoeder, die al jarenlang bedlegerig was. Ze sprak vaak over haar verlangen om de hemel te zien, niet vanwege de straten van goud of de zingende engelen, maar om eindelijk haar Verlosser zelf te zien en haar kinderen weer te kunnen omhelzen die al eerder waren gestorven. 

Op een dag, terwijl ze rustig in haar kamer lag, glimlachte ze en fluisterde: “Ik geloof dat ik hen zie… ze wachten op me.” Haar hand viel zachtjes naast haar neer en die middag stierf ze vredig.

Jaren later vertelde de predikant dat hij de hemel nog steeds niet ziet als een verre, onbereikbare plaats, maar als een vreugdevolle hereniging, waar liefde nooit vervaagt en elke traan wordt weggeveegd. Hij zei: “Het gaat denk ik in de hemel niet om pracht en praal, maar om de thuiskomst bij God en bij degenen van wie we altijd hebben gehouden.”



Een klein jongetje vroeg eens aan zijn moeder hoe de hemel was. Ze vertelde hem dat het een plaats is waar iedereen van wie je houdt op je wacht en waar Jezus alle pijn en al het verdriet van deze aarde wegneemt. 

Jaren later, toen de jongen onverwacht overleed, vond ze troost in het beeld van haar zoon en kon ze zich voorstellen hoe hij nu in de armen van zijn grootvader rende, lachend en zorgeloos. Ze besefte dat de hemel niet alleen een verre belofte is, maar ook hier op aarde hoop en vrede kan brengen.

Een glimlach

Leugenbrood smaakt de mens zoet, maar daarna heeft hij zijn mond vol kiezelstenen.
Spreuken 20:17 HSV
____

Er is een verhaal over een oude dame die ergens een huisje huurde voor de zomer. Bij het huisje hoorde echter ook een hond. Maar zolang dat beest zich gedroeg vond de vrouw het allemaal niet zo erg. Het probleem was echter dat zowel de vrouw als de hond gek waren op een heerlijke, comfortabele fauteuil die daar stond. De vrouw liep er dan ook altijd als eerste naar toe. Maar helaas! Meestal zat de hond er al in. Wat nu? Dat beest was groot en ze was een beetje bang voor de hond en durfde hem dus nooit streng weg te sturen. In plaats daarvan liep ze naar het raam en riep ze luid: “Katten!” 

Dat werkte goed. De hond rende direct woedend naar het raam en begon luid te blaffen, terwijl de oude dame stilletjes in de nu lege stoel neerplofte.

Op een dag kwam de hond de kamer binnen en trof de oude dame in de geliefde stoel aan. De hond liep naar het raam, keek naar buiten en begon opeens woest te grommen en te blaffen alsof er een indringer rondsloop. De oude dame stond op en haastte zich naar het raam om te zien wat er aan de hand was. Ondertussen sprong de hond rustig op de stoel. Opgestaan, plaatsje vergaan.

Wie anderen bedriegt, wordt vroeg of laat zelf bedrogen.

Het verhaal gaat dat een beroemde predikant eens moest preken voor een gezelschap van belangrijke notabelen in Londen. Dat was een kolfje naar zijn hand, want met dit gezelschap kon hij eindelijk eens laten zien hoe geleerd hij was. De mensen luisterden eerbiedig en vol bewondering naar zijn preek vol moeilijke woorden en theologische hoogstandjes. Het hele gebeuren leek een groot succes te zijn. Totdat er later een arme sloeber aan zijn mouw trok en aarzelend vroeg: “Bent u misschien die mijnheer die vandaag preekte?”

“Ja, dat ben ik,” antwoordde de predikant.

“Mijnheer,” zei de man, “ik kwam, in de hoop iets goeds voor mijn ziel te ontvangen maar ik was zwaar teleurgesteld. Ik begreep helemaal niets van wat u zei. Het ging mijn petje ver te boven.”

De predikant keek hem verbaasd aan en zei toen: “Vriend, vergeef me. Ik heb u geen goede preek gegeven maar u hebt mij er zeker een gegeven en daar ben ik u heel dankbaar voor. God helpe me om nooit meer zo dom te zijn.”

Dat is grappig  

Wees voorzichtig en bedachtzaam met je kritiek. 

Er was eens een man die een veel te hoge dunk van zichzelf en zijn eigen deugden had en dacht dat hij beter was dan iedereen. Hij bleef stilstaan voor het etalageraam van een winkel met opgezette dieren. Daar stond een uil, die al een hele groep nieuwsgierige voorbijgangers had getrokken.

Zo zeker van zijn superioriteit op het gebied van vogels, zei hij luid: “’Het is toch niet te geloven. Moet je dat waardeloze voorbeeld van een opgezette uil nu toch eens zien. Als ik zo slecht was in mijn beroep zou ik er meteen mee ophouden.”

“Het ziet er toch goed uit,” opperde een ander die toekeek.

“Welnee,” schamperde de eerste. “De kop klopt niet; de houding is ongemakkelijk, de veren steken uit en het lijkt wel alsof zijn poten verkeerd om staan.”

Op dat moment draaide de uil zijn kop en gaf hem een knipoog. Het was een echte, levende uil. De omstanders barstten in lachen uit en de allesweter, rood van schaamte, sloop zo snel mogelijk weg, alsof hij bang was dat de grond hem zou opslokken.

Laat een bericht achter:

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees de nieuwe Oppepper

Thuis of op je werk, een Oppepper maakt je sterk

Klik hier