Hier niet spugen
Enkele jaren geleden hielp ik mee op een kleine school voor nieuwe christenen, waar we samen de Bijbel bestudeerden.
Een van de mensen die daar kwamen, was een eenvoudige jongeman van Indiaanse afkomst met een ongewoon scherpe intelligentie.
Op een avond bestudeerden we de brief aan de Galaten en het onderwerp was wet en genade. Helaas was de uitleg nogal onduidelijk en begreep niemand precies waar het nu eigenlijk om ging. Iemand wendde zich toen tot de jongeman en zei:
“Ik vraag me af of onze Indiaanse vriend hier iets over te zeggen heeft.”
De jongeman schoof wat ongemakkelijk in zijn stoel en zei zacht: “Ik ben maar een eenvoudig persoon, maar ik heb wel heel aandachtig geluisterd naar wat de Bijbel te zeggen heeft. Ik ben hier tenslotte om alles te leren wat ik kan, zodat ik het aan mijn vrienden kan doorgeven. Ik weet niet of ik het goed begrepen heb, maar ik zie het zo…”
Hij keek even omhoog, alsof hij inspiratie zocht en vervolgde: “Toen ik naar dit land kwam, maakte ik de langste treinreis van mijn leven. Toen ik in de stad aankwam, zag ik de mooiste huizen die ik ooit gezien had. Alles was prachtig. Ook het hotel waar ik mocht slapen was van een verbluffende schoonheid.
Maar bij de deur stond een bordje: ‘Verboden te spugen.’ Ik dacht nog: ‘Wat een vreemd bordje,’ want toen ik naar de grond keek, zag ik dat bijna iedereen daar gespuugd had. En opeens kreeg ik zelf ook de neiging om het te doen. Is dat niet raar… precies daar, bij dat bordje?”
De jongeman zuchtte even en ging verder:
“Nu woon ik niet meer in dat hotel, maar in het prachtige huis van de lieve dame waar ik mag verblijven. En geloof me, het is werkelijk het mooiste huis dat ik ooit heb gezien. De tapijten zijn zo mooi, dat ik haast bang ben om erop te stappen. De stoelen zijn comfortabel, er hangen kostbare schilderijen aan de muur en in de hoek staat een grote piano.
Toen ik er voor het eerst kwam, ben ik meteen op zoek gegaan naar een bordje waarop stond: ‘Hier mag je niet spugen.’ Maar waar ik ook keek, ik vond het nergens. Ik dacht nog: ‘Wat jammer dat er in dit prachtige huis geen bordje staat, want straks spugen de mensen hier ook overal.’
Maar toen ik het tapijt onderzocht, zag ik meteen dat niemand er ooit gespuugd had. En ik begreep er niets van: waar een bordje staat ‘Niet spugen’, daar spuugt bijna iedereen. Maar in dit huis, waar helemaal geen bordje is, spuugt niemand.”
Hij pauzeerde even, liet zijn woorden doordringen en zei toen:
“Ik denk dat dit het verschil is tussen wet en genade. Het bordje is de wet. Maar in het huis is genade. De mensen houden van dit prachtige huis en willen het schoon houden. Ze hebben geen bordje nodig dat het hen gebiedt.”
Toen hij klaar was, ging er een gemompel van instemming door de zaal. De studieleider riep uit:
“Ik denk dat dit de beste illustratie van wet en genade is die ik ooit heb gehoord.”
Uit: Illustrations of Bible Truth by H. A. Ironside, Moody Press, 1945