Naar Jezus kijken
Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof.
Hebreeën 12:
____
Wat een zegen om naar Jezus te mogen kijken in plaats van naar onszelf. Wij kijken maar al te graag naar onszelf in een vruchteloze poging om onszelf met zelfonderzoek te verbeteren, maar deze passage leert ons precies het tegenovergestelde.
God zegt: “Kijk naar Mij, en je zult behouden worden,” maar de oude, menselijke natuur zegt: “Kijk naar jezelf als je gered wilt worden.”
Iedere christen geeft volmondig toe dat het naar Jezus kijken absoluut noodzakelijk is voor een warm en vruchtbaar geloof. Maar de realiteit is vaak anders en we vallen maar al te snel terug in onze onzalige gewoonte om op onze oude manier van introspectie mee te helpen bij het bewerkstelligen van onze eigen redding. Maar zo werkt het niet, en het resultaat is frustratie en in twijfel gedompelde wanhoop omdat de beloofde vrede maar niet gevonden kan worden.
Het is een eenvoudige waarheid dat we zien waar we naar kijken en waar we niet naar kijken, dat zien we niet. Vertaald naar dit Bijbelse gegeven betekent het dat we Jezus onmogelijk kunnen zien als we naar onszelf kijken en onze ogen op onze problemen gericht houden. De kracht die we nodig hebben om als overwinnaars door dit leven te gaan en om het vol te houden, komt van Jezus en niet uit onszelf.
Als we voortdurend naar onszelf kijken, naar onze omstandigheden, zonden of verleidingen, raken we alleen maar meer verward en ontmoedigd. We zien dan niets anders dan onze eigen zwakheid, onze armoede en onze zonde, met het gevolg dat we ons vermoeid en verslagen door onze dagen heen slepen. De oplossing en de voorziening liggen klaar, maar zijn niet te vinden op de plaats waar we kijken. De oplossing ligt niet in onszelf maar in Christus. We kunnen niet naar onszelf kijken en tegelijkertijd naar Christus.
Wil dat dan zeggen dat je moet ontkennen dat je problemen hebt of dat je omstandigheden niet goed zijn? Natuurlijk niet. We moeten alleen goed begrijpen dat wijzelf de kluwen touw niet kunnen ontwarren en dat we onze situatie in vertrouwen bij Jezus moeten achterlaten en Hem ernaar moeten laten kijken.
Het Bijbelse idee met betrekking tot het ik-leven is niet dat het ik-leven verbeterd moet worden, maar dat het “afgelegd” moet worden. Paulus vertelde de christenen van Efeze dat ze “de oude mens, die verdorven is, moeten afleggen”.
Het heeft dus geen zin om ons oude zelf te onderzoeken en eraan te sleutelen in de hoop onszelf te verbeteren. Wat de Heer wil is dat we ons ervan ontdoen.
Het eigen ik, de natuurlijke mens, is altijd vastbesloten om aandacht te krijgen en wil liever dat er slecht over hem gedacht wordt dan helemaal niet. En zelfonderzoek met alle ellende van dien geeft ons soms zelfs het idee dat we erg vroom en nederig bezig zijn, maar dat is niet wat de Bijbel bedoelt als die ons aanspoort om onze blik op Jezus gericht te houden. We zouden die persoonlijke voornaamwoorden “ik”, “mij”, “mijn” moeten vervangen door “Hij”, “Hem”, “Zijn”. De vraag is niet of wij goed zijn, maar hoe goed God is.