Gods aanwezigheid
Door Old Humphrey
Wat God ons schenkt is wat mij betreft onbeschrijflijk. Zij, die leven met Gods aanwezigheid hebben alles wat zij nodig hebben; in Zijn nabijheid is vreugde in overvloed en aan Zijn zijde een lieflijke plek.
Zijn wij in twijfel en gevaar? Wij horen de stem van de Meester die zegt: “Ik ben het, wees maar niet bang. Ik ben je Maker. Ik heb je gevormd. Wees niet bang, want Ik heb je gered. Ik heb je uitgekozen. Je bent van Mij. Als je door het water gaat, zal Ik bij je zijn. Als je door rivieren gaat, zul je niet weggespoeld worden. Als je door het vuur gaat, zul je niet verbranden. De vlammen zullen je niets doen. Want Ik, de Heer, ben je God.
Als Christenen hoeven wij ons niet al te druk te maken over de omstandigheden, want wij zijn gezegend met Gods aanwezigheid. Het stormt en de regen zwiept in ons gezicht, maar dan opeens zien we de Heer. Daar loopt Jezus over het water. Dat betekent dat wij veilig zijn. Spoedig gaan wij Zijn rust binnen.
Het volk van God kent de winterkoude maar ook de vreugde van de lente. Wij weten wat doornen zijn, maar we genieten ook van de bloemen.
Ja, het is waar; ook onze wegen zijn vaak gevuld met duisternis en wij lopen op verlaten plaatsen en over ruwe paden. En toch… Gods aanwezigheid is er altijd. Als God bij ons is worden kromme dingen recht gemaakt, en ruwe plaatsen worden effen.
Daarom is mijn vraag aan jou niet of je het wel naar je zin hebt en of je de groene, grazige weide wel hebt ontdekt. Ik wil je ook niet vragen over je moeilijkheden en die vurige oven waar je voor staat. Mijn vraag aan jou is eenvoudig: “Is er iemand bij je als de Zoon van God?”
Dat gebeurde ook in het Bijbelboek Daniel waar staat geschreven: “Toen schrok koning Nebukadnezar hevig. Hij sprong overeind en vroeg aan zijn raadgevers: “We hebben toch dríe mannen in het vuur gegooid? En ze waren toch gebonden?” Zij antwoordden: “Jazeker, mijn heer.” De koning riep: “Maar ik zie víer mannen vrij in het vuur rondwandelen! En het vuur doet hun niets! En die vierde man lijkt wel een zoon van de goden!”