Dan komt kerstmis

God is een Fontein, een levende Bron. De oorsprong van alles wat werkelijk leeft, heelt en hoop geeft. In Hem is een voortdurende frisheid, een stille overvloed die de dorstige ziel vervult met vreugde. Uit Hem stromen onuitputtelijke rivieren van genade, barmhartigheid en troost.

En toch verlaat de mens deze Fontein.

De mens buigt zich niet langer over naar het levende water, maar graaft putten, ja, gebroken putten, gemaakt van aarde en eigen moeite, die het water voor even kunnen vasthouden, maar het niet kunnen bewaren.

Een reiziger in het Heilige Land vertelde hoe hij het land bezaaid zag met de resten van zulke kruiken. Kleine aardewerken kruiken, haastig gemaakt, die het water voor korte tijd konden dragen, maar door de felle zon barstten ze snel en sijpelde het water weg en moesten ze een nieuwe kruik maken.

En zo ging het steeds maar door.  

Wat een moeite, wat een pijn doen mensen zichzelf aan door steeds opnieuw zulke onbetrouwbare waterkruiken te maken.

Rijkdom zonder dankbaarheid.
Kennis zonder wijsheid.

Hoe vaak verdringen deze dingen de Bron zelf. Maar altijd komt er een scheur. Altijd een lek. En vroeg of laat is het water weg, is de vreugde opgedroogd en blijft de dorst achter.

En dan, midden in die dorheid, komt Kerstmis. Niet met een fontein van voorspoed of een paleis vol overvloed, maar met een Kind, liggend in een kribbe; kwetsbaar, stil. De Bron van het leven verschijnt zo laag en eenvoudig dat zelfs de dorstigste ziel Hem kan bereiken.

Hij dwingt niet. Hij wacht en laat Zich vinden.

Zo wil God in Zijn liefdevolle ontferming dat wij begrijpen dat niets, hoe glanzend ook, ooit Zijn plaats kan innemen. Geen kruik, hoe zorgvuldig die ook is gebakken kan het levende water vervangen. De Fontein ligt in de kribbe en wie zich buigt om te drinken zal leven.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees de nieuwe Oppepper

Thuis of op je werk, een Oppepper maakt je sterk

Klik hier