Maandag 4 mei 2026
Gebed

Heer, ik heb U nodig. Ik kan leven zonder veel van de dingen die ik ooit als noodzakelijk beschouwde, maar zonder U kan ik echt niet leven en durf ik niet te sterven.
Ik had U nodig toen verdriet kwam, toen schaduwen over de drempel van mijn leven vielen en U hebt mij toen niet alleen gelaten. Ik had U nodig toen ziekte haar koude hand op mijn gezin legde. U hoorde mij toen ik U riep. Ik had U nodig toen ik op een kruispunt van wegen kwam, en ik niet wist welke kant ik op moest. U hebt mij toen niet verlaten, maar mij op vele manieren, groot en klein, de betere weg gewezen.
En hoewel de zon vandaag op mij schijnt, weet ik dat ik U ook in het zonlicht nodig heb en dat ik U morgen nog steeds nodig zal hebben.
Ik dank U voor dat voortdurende gevoel van afhankelijkheid dat mij dicht bij U houdt. Help mij, mijn hand in de Uwe te houden met mijn oren geopend voor de wijsheid van Uw stem.
Ik vraag U geen gemakkelijke weg, enkel Uw genade die genoeg is voor elke nood zodat ik, hoe moeilijk de weg ook is, toch de overwinning mag behalen.
U hebt de wereld overwonnen, in Uw kracht bid ik dit gebed. Amen.
Gebed van Peter Marshall

***
Houd het oog naar Hem opgeslagen
Hoe bang de toekomst ook schijnt
Hij zal tot ‘t eind der dagen
Uw vriend en Helper zijn
***

Lang geleden, toen de Engelsen en de Schotten elkaar het leven zuur probeerden te maken in bloedige oorlogen, belegerde het Engelse leger een Schotse vesting ergens aan de kust. “Die hongeren we gewoon uit,” sprak de Engelse legeraanvoerder. “Ze kunnen geen kant op en na verloop van tijd pakken we de burcht zonder slag of stoot.”
En zo gebeurde het dat de Engelsen maandenlang rond het kasteel lagen te wachten totdat de uitgehongerde Schotten zich in wanhoop zouden overgeven. Maar de Schotten gaven geen krimp. Tenslotte werd de Engelse kapitein ongeduldig en eiste direct de onvoorwaardelijke overgave van de Schotten. “Jullie zijn uitgemergeld en elk verzet is verder zinloos. Geef je over.”
Als antwoord lieten de Schotten een grote lading verse vis vanaf de kantelen naar het terrein buiten het kasteel vallen. Hun kasteel stond in verbinding met een onderaardse bron en de zee. Ze hadden onbeperkte voorraden en er was eten en drinken genoeg. De belegering had hen helemaal niet geschaad.
En zo is dat ook met ons. Onze geestelijke vijand mag dan brullen als een roofzuchtige leeuw en met groot machtsvertoon bij ons op de poort beuken om te eisen dat we ons direct en onvoorwaardelijk aan hem overgeven, maar wij kunnen gewoon onze schouders ophalen. Ook wij hebben in ons de bron van het leven waardoor wij verzekerd zijn van onbeperkte voorraden. Zelfs de eenvoudigste mens met een oprecht geloof in God bezit die bron van het leven.
Om over na te denken
En jullie zullen vol worden van zijn hemelse kracht. Door die kracht zullen jullie kunnen volhouden en alles met blijdschap kunnen verdragen.
Colossenzen 1:11
Hier bidt de apostel Paulus voor de Colossenzen om hen te helpen hun lijden blijmoedig te dragen. Ieder huis draagt zijn eigen kruis, maar hoe we dat kruis dragen verschilt van mens tot mens. Bij tegenslag staat het gezicht van veel mensen vol verkrampte spanning en elke zucht is een uiting van het ongeloof dat vertwijfeld uitroept: “Waar is God en waarom helpt niemand mij?”
Hoe anders is het om ons kruis blijmoedig te dragen in de wetenschap dat er onbeschrijflijke vreugde op ons wacht in Gods aanwezigheid. De profeet Jeremia beschrijft het wonderschoon: “Als iemand op Mij vertrouwt, zal Ik goed voor hem zijn. Met hem zal het goed gaan. Hij lijkt op een boom die langs het water is geplant. Zijn wortels groeien tot aan de beek. Hij merkt de hitte niet eens. Zijn bladeren blijven altijd fris en groen. Als er een jaar geen regen valt, maakt hij zich geen zorgen. Er groeien altijd vruchten aan hem.” (Jeremia 17:8)
Laten wij onze gezichten altijd opheffen naar de opgaande zon, en de donkere wolken boven ons gebruiken om regenbogen te maken. Hier op aarde hebben wij de gelegenheid om te leren hoe we ons door het geloof kunnen verheugen in de strijd en geduldige mensen kunnen worden. Zulke dingen kunnen we in de hemel niet leren; die moeten hier, in aardse omstandigheden geleerd worden.
A.B. Simpson

***
Leer mij stil op paden wand’len
Waar alleen Uw oog mij ziet
Stil verdragen, zwijgend hand’len
Al kent mij de wereld niet.
***

Deze Joden reageerden veel beter dan de Joden in Tessalonika. Want ze luisterden naar Paulus en geloofden hem. Elke dag zochten ze in de Boeken op of het allemaal klopte wat hij zei.
Handelingen 17:11
Wanneer wij over geestelijke dingen nadenken, bestaat altijd het gevaar dat wij denken zoals mensen dat doen. Dat wij vergeten, de dingen op de manier van God te zien. Dit is vaak de reden voor eigengerechtigd denken en verdeeldheid onder de Christenen.
Geestelijke waarheid moet door het verstand ontvangen worden zonder dat het gekleurd wordt door bepaalde doctrines en dogma’s die wij eerder geleerd hebben. Of wij ons daar nu van bewust zijn of niet, wij voegen altijd iets toe aan de waarheid wanneer zij binnenkomt (of nemen er iets van weg) om haar passend te maken in het raamwerk van de ideeën die ons bijgebracht zijn, die we “waarheid” noemen.
Twee mensen van totaal verschillende kerkgemeenschappen lezen hetzelfde Bijbelvers, maar interpreteren dat vers vaak volkomen anders, zodat het precies past in de regels van hun bepaalde kerk. Ze zullen allebei de woorden interpreteren zoals hen geleerd is. De betekenis die zij in die passage zien, zal hen zo natuurlijk, zo logisch en juist voorkomen, dat zij niet kunnen begrijpen hoe het mogelijk is dat de andere kerkganger het anders ziet. Helaas zullen zij vermoedelijk direct concluderen dat die ander er niets van begrijpt en zijn onderwijs van de duivel ontvangen heeft. Laten we hiervoor oppassen. Het is onze persoonlijke verantwoordelijkheid om regelmatig de Schrift te onderzoeken om te zien of wat ons geleerd wordt, echt waar is. De Geest is onze uiteindelijke Leraar en Hij zal ons door de Schrift onderwijzen als wij ons aan Hem onderwerpen.
Naar een artikel van A.W. Tozer

***
Het is beter om te luisteren naar een waarschuwing van wijze mensen, dan naar het vrolijke zingen van dwazen. Want het lachen van een dwaas is net zo snel voorbij als het geknetter van brandende dorens onder een pan. Het is maar lucht.
Prediker 7:5-6
Schepping

Een jonge landmeter trok de heuvels in om het landschap nauwkeurig in kaart te brengen. Met meetlinten en berekeningen wilde hij alles vastleggen. Niets zou aan zijn oog ontsnappen.
Onderweg ontmoette hij een herder die rustig toekeek terwijl zijn schapen graasden.
“Wat doet u hier?” vroeg de landmeter.
“Ik kijk,” zei de herder.
De landmeter glimlachte. “Ik kijk ook, maar ik meet tegelijk. Ik wil begrijpen hoe alles in elkaar zit.”
De herder plukte een wilde bloem en gaf die aan hem.
“En dit?” vroeg hij.
“Een plant,” zei de landmeter. “Ik kan hem classificeren.”
De herder knikte. “Maar kunt u ook verklaren waarom hij zo mooi is? Waarom hij groeit zonder dat iemand hem dat opdraagt?”
De landmeter zweeg. Voor het eerst keek hij niet om te meten, maar om te zien.
De wind streek door het veld, en de bloemen bewogen als een zacht antwoord dat hij niet kon opschrijven.
Langzaam rolde hij zijn meetlint op.
“Misschien,” zei hij, “is niet alles gemaakt om te begrijpen.”
De herder glimlachte. “Nee. Maar alles is wel gemaakt om te wijzen.”

Iedere christen heeft elke dag zeker een half uur nodig om te bidden, behalve wanneer hij het druk heeft, dan heeft hij zeker een uur nodig.
Franciscus van Sales
***
Uit de schatkist van het verleden

Spits jullie oren voor wat Ik zeg en kom naar Mij toe. Luister naar mijn woorden, dan zullen jullie leven. Ik zal met jullie een eeuwig verbond sluiten, zo sterk als mijn verbond met koning David.
Jesaja 55:3
Het verhaal gaat dat een Zweeds schip voor de kust van Schotland tijdens een overweldigende storm verging. De hele bemanning verdronk, behalve de scheepsjongen; een knaap van nog geen zestien, die zich aan een stuk wrakhout had weten vast te houden en op het strand aanspoelde. Toen hij werd gevonden was hij half bewusteloos en nauwelijks aanspreekbaar, maar aan zijn pols zat een zakdoek gebonden waar iets in zat.
“Goud van het schip,” bromde er een.
“Welnee,” sprak een ander, “De scheepspapieren natuurlijk. Die zal de kapitein zeker hebben willen redden.”
Maar toen ze de zakdoek openden kwam er tot hun verrassing een klein zakbijbeltje uit waarin de vader van de scheepsjongen op de eerste bladzijde een gebed had geschreven en God vroeg om de redding van zijn ongelovige zoon. De ruwe, harde zeebonken op het schip hadden de jongen onbewust tot het Woord van God gedreven, en hem tot de overtuiging gebracht dat dit het belangrijkste in zijn leven was.

***
Ik heb altijd geklaagd dat mijn werk voortdurend onderbroken werd, totdat ik langzamerhand begon te ontdekken dat juist mijn onderbrekingen mijn werk waren.
Henri Nouwen
***
Uit het archief van Spurgeon

Blijf altijd dicht bij de Heer en geniet van Hem.
Dan zal Hij je geven wat je van Hem vraagt.
Psalm 37:4
Mensen die zich verlustigen in God, verlangen of vragen niets anders dan wat God behaagt. Daarom kan God Zijn schatkamers voor hen openen. Hun wil is onderworpen aan de wil van God, en daarom is er geen limiet aan wat God hen kan geven. Het gaat hier om onze diepste verlangens, niet onze oppervlakkige wensen. Er zijn veel dingen die onze menselijke natuur wel zou willen hebben, waarvan de hemel echter weet dat die niet goed voor ons zijn. Het gaat hier om diepe, biddende, vragende verlangens van een godvrezend hart die aanspraak mogen maken op deze belofte.

Ik heb in mijn hele leven alleen maar boeken gelezen die me hebben geholpen om dat ene, dat grote, machtige Boek, beter te begrijpen.
Dwight L. Moody
***
Een glimlach
Een gelovige oude vrouw had eens lang met een rijke zakenman gepraat. Op een gegeven moment zuchtte de rijke man, schudde zijn hoofd en sprak vertwijfeld: “Wat is het geweldig om zo met u te praten. Om eerlijk te zijn, ik zou er de wereld wel voor over hebben om net zo’n vast vertrouwen te hebben als u.”
“Dat is precies wat het mij gekost heeft,” antwoordde de vrouw eenvoudig. “Ik heb er de wereld voor moeten opgeven.”

Terwijl ik mijn dag bewandel,
Open ik mijn ogen voor Uw stille genade, Heer.
Die kleine, tedere tekenen
die mij er zachtjes aan herinneren
dat U nabij bent,
mijn dierbare Redder.
***

Een groepje leden van de atheïstenclub bezochten eens de catacomben van St. Calixtus in Rome. Terwijl ze de gangen lachend, spottend en vol godslastering binnengingen en daar ronddwaalden, raakte een van hen de weg kwijt. Zijn licht ging uit en opeens was hij alleen met de doden. Tastend tussen de gewelven door, omringd door vergane beenderen liet zijn goddeloosheid hem in de steek. Uiteindelijk riep hij in vertwijfeling tot God uit en zakte hij verslagen en wanhopig neer in de duistere gewelven. De volgende dag vond iemand hem en werd hij in veiligheid gebracht en was hij niet langer een godslasteraar.
Jezus zei: ‘Ik ben het licht voor de mensen. Iemand die Mij volgt, hoeft nooit meer in het donker te leven. Hij zal wandelen in het licht dat leven geeft.’
Johannes 8:12
***

God was bij me in die stille kamers waar ik zachtjes weende, terwijl niemand wist dat ik er zat. Hij liep ook met me mee in die donkere dalen waarvan niemand wist dat ik ze doorkruiste. Daarom vertrouw ik Hem, want Hij is er steeds, terwijl niemand anders het ziet.
Hemels perspectief

Een herdersjongen zat eens alleen op een heuvelrand, ver van het dorp. De zon was al onder en de eerste sterren verschenen als kleine openingen in een donker doek. Hij was niet bang voor de nacht, maar hij vroeg zich vaak af wat erachter lag. Niet alleen boven de wolken, maar achter alles wat hij kon zien.
Er kwam een oude man naast hem zitten. Hij zei niets en keek alleen omhoog.
Na een lange stilte vroeg de jongen: “Waar kijkt u naar?”
“De hemel, jongen… de hemel.”
“Denkt u dat de hemel dichtbij is?”
De oude man antwoordde niet meteen. Hij plukte een grassprietje en liet die langzaam door zijn vingers glijden.
“Wanneer iemand die je liefhebt je roept,” zei hij zacht, “herken je die stem dan pas wanneer je bij hem bent, of raakt er al iets in je bewogen terwijl je nog onderweg bent?”
De jongen dacht na. “Wat bedoelt u daarmee?”
De man keek naar de sterren.
“Ik denk dat de hemel niet alleen iets is waar je naartoe gaat, maar ook iets dat je al van binnen kunt voelen. Er klinkt als het ware een stem uit de hemel die je roept en trekt. Daarom kijk ik naar de sterren.”
Er viel opnieuw stilte. De wind ging liggen, alsof ook die even luisterde. De jongen keek opnieuw omhoog. De sterren leken niet dichterbij, maar ook niet meer zo ver weg.
“Dus de hemel is niet alleen iets van later?” vroeg hij.
De oude man glimlachte nauwelijks zichtbaar.
“De eeuwigheid,” zei hij, “roept ons al voordat we haar bereikt hebben.”
***
Als de levenden slechts een glimp konden opvangen van wat de doden weten, zou elk hart zich zonder aarzeling tot Jezus wenden.
***
Dat is grappig
Marietje vroeg haar moeder eens op een goede dag waar al die mensen op de wereld toch vandaan kwamen. “Da’s een goeie vraag,” zei mama. “Al die mensen komen van God. Eerst maakte God Adam en toen schiep hij Eva. Die kregen kinderen en zo is het allemaal begonnen.”
Een paar dagen later vertelde de meester op school iets anders. De goede man schraapte zijn keel en zei met een geleerd gezicht: “Kinderen, ik zal jullie over het ontstaan der mensheid vertellen. Miljoenen jaren geleden was deze aarde bevolkt door apen. Die apen wilden wel eens wat anders en veranderden dus in mensen. Zo is het allemaal begonnen.”
Daar begreep Marietje niets van en dus rende ze terug naar mama. “Meester Zondermeer zegt iets heel anders dan jij, mama. Hij zegt dat God er niets mee te maken had, maar dat we van de apen afstammen.”
“Dat is heel eenvoudig” antwoordde haar moeder. “Ik heb je verteld over mijn familie, terwijl meester Zondermeer je heeft verteld over zijn familie.”
___