Maandag 24 augustus 2026

Gebed 

Heer, dank U dat mijn hoop niet rust op mijn verlangen of mijn inspanningen, maar op Uw barmhartigheid. Help mij om vandaag te leven in een nederig vertrouwen op U. Bewaar mij ervoor dat ik probeer Uw liefde te verdienen door mijn eigen prestaties, en leer mij steeds dieper te rusten in Uw genade. Help mij ook om dezelfde barmhartigheid die U zo overvloedig aan mij hebt bewezen, te tonen aan de mensen om mij heen. 

Geef mij een zacht hart, geduld met anderen en de bereidheid om te vergeven, zoals U mij hebt vergeven. Laat Uw barmhartigheid door mijn woorden en daden zichtbaar worden. Amen.

***

De beeldhouwer John Bacon (1740 –1799) had een verzoek voor het opschrift van zijn grafsteen. Hij wilde dat er zou staan:

“Hier ligt John Bacon.
Op aarde nog bekend als beeldhouwer.
Bij God bekend als kind van de Vader.
Hij woont nu thuis.”

***

Om over na te denken

De doorslaggevende factor in onze redding en roeping is niet hoe hard wij lopen of hoe graag we iets van God willen, maar de barmhartigheid van God. Dat maakt onze inspanning niet zinloos; het plaatst haar op de juiste plaats, ver onder de soevereine en verrassende goedheid van een God Die er vreugde in schept barmhartigheid te bewijzen. Wij leven in een wereld die draait om cijfers, promoties, volgers, overwinningen en verliezen. Zonder dat we het merken, gaan we God op dezelfde manier benaderen, alsof Hij onze stille tijd, onze kerkgang, onze ‘goede dagen’ tegenover onze ‘slechte dagen’ bijhoudt en vervolgens bepaalt hoe Hij over ons denkt. Maar de Schrift zegt: ‘Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is de gave van God, niet uit werken, opdat niemand zou roemen.’ (Efeziërs 2:8-9) Je redding was nooit een gezamenlijk project van jou en God. Het was Zijn gave, Zijn initiatief, Zijn barmhartigheid.

***

Wat is geloof? We leren, ons door God te laten dragen. Dat begint wanneer we eerlijk naar Hem toe komen: belijden waar we zijn gevallen, benoemen waar we ons verpletterd voelen en Hem vragen om te doen wat wij zelf niet kunnen. Op de Here wachten is niet passief. Het is een actief, vastberaden vertrouwen dat Hij op Zijn manier en op Zijn tijd onze kracht zal vernieuwen. (Jesaja 40:29-31) Wanneer je steeds meer op Zijn beloften steunt, zul je ontdekken dat Zijn greep op jou sterker is dan jouw greep op Hem.

***

De grond onder je voeten is niet je eigen prestatie, maar Gods ontferming. Wanneer je valt, val je niet uit Zijn handen, maar in de armen van een Vader Die alles al wist en in Christus al in je vergeving heeft voorzien. Zo’n barmhartigheid maakt ons niet lui; ze vervult ons met verwondering.

Barmhartigheid is iets dat God uit vrije wil en met vreugde schenkt. Zijn soevereiniteit maakt Hem niet afstandelijk, maar laat juist zien dat Zijn goedheid doelbewust en onwankelbaar is.

Jouw hoop hangt dus niet af van je vermogen om je aan God vast te klampen, maar van Zijn liefde waarmee Hij Zich in Christus aan jou heeft verbonden. ‘Hij heeft ons zalig gemaakt, niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest.’ (Titus 3:5) Jouw verhaal is niet: ‘Ik hield vol en heb het gehaald.’ Het is: ‘Hij is mij barmhartig geweest en heeft mij niet losgelaten.’ Daarom kun je rusten, zelfs wanneer je zelf zwak en wankel bent.

***

‘Want Ik weet welke plannen Ik voor u heb,’ zegt de Here. ‘Met deze plannen heb Ik uw geluk voor ogen, niet uw ongeluk. Ik wil u weer een toekomst en nieuwe hoop geven. Als u tot Mij bidt, zal Ik luisteren. U zult Mij vinden als u Mij zoekt en het oprecht van Mij verwacht.’ 

‘Ja’, zegt de Here, ‘Ik zal Mij door u laten vinden en een einde maken aan uw slavernij.’

Jeremia 29:11-14

***

Schepping

De bekende Britse predikant en bioloog John Stott vertelde eens hoe hij tijdens een verblijf op een afgelegen plek ’s avonds buiten zat te luisteren naar een nachtegaal. Er was geen kerk, geen muziek en geen mens die hem kon horen, toch bleef de vogel maar zingen.

Stott dacht er over na: voor wie zong die vogel eigenlijk?

Niemand applaudisseerde tenslotte. Niemand betaalde ervoor. Niemand zei dat het mooi was. De vogel zong eenvoudig omdat hij gemaakt was om te zingen.

En misschien is dat wel een kleine weerspiegeling van de schepping zelf. Een bloem bloeit zonder publiek. Een vogel zingt zonder applaus. De sterren verschijnen iedere nacht zonder dat iemand ze bedankt. De schepping hoeft zichzelf niet te bewijzen. Ze wijst eenvoudig naar haar Maker.

We hoeven niet altijd gezien te worden om betekenisvol te zijn. God ziet wat anderen missen. En wat in Zijn ogen prachtig is, heeft geen applaus van mensen nodig.

***

Heer, waar ik ook naar verlang, laat mij meer naar U verlangen.
Wat ik ook zoek, laat mij U meer zoeken.
Wat ik ook liefheb, laat mij U meer liefhebben.
En laat alles waarnaar mijn hart verlangt, mij uiteindelijk steeds dichter bij U brengen.

***

 

Hemels perspectief 

Toen de Schotse predikant Samuel Rutherford in 1661 op zijn sterfbed lag, wist hij dat zijn einde nabij was. Rutherford had zijn leven lang veel geschreven over Christus, genade en de hemel. Maar toen het sterven werkelijk dichtbij kwam, was het geen theoretische leer meer.

Een van de mensen die bij hem waren, sprak waarderend over zijn jarenlange trouw en zijn werk als predikant. Rutherford onderbrak hem echter. Hij wilde niet dat zijn sterven zou draaien om wat híj had gedaan.

Hij wees alles van zichzelf af en richtte de aandacht op Christus en Zijn verlossing.

Volgens de overlevering waren zijn laatste woorden: ‘Heerlijkheid, heerlijkheid woont in Immanuëls land!’ Daarna stierf hij.

Rutherford keek aan het einde niet terug op een leven vol prestaties om daar zijn zekerheid uit te halen. Hij keek vooruit naar Immanuëls land. De hemel was voor hem niet allereerst een plaats zonder pijn, ziekte of dood. Het was de plaats waar Christus is.

Misschien denken we bij de hemel vooral aan een plaats waar geen tranen meer zijn, geen ziekte en geen afscheid. En dat is waar. Maar de grootste vreugde van de hemel is niet wat er níét meer is. Het is Wie daar wél is. Christus Zelf.

Rutherford noemde de hemel ‘Immanuëls land’. Dat is misschien wel een van de mooiste manieren om over de hemel te spreken. Het is het land van Immanuël, God met ons. Alles wat de hemel tot hemel maakt, komt uiteindelijk samen in Hem.

Daarom is de christelijke hoop niet alleen: ‘Op een dag zal mijn lijden voorbij zijn.’

Het is: ‘Op een dag zal ik bij Jezus zijn.’

En wanneer die dag komt, zullen we ontdekken dat Hij altijd groter was dan alles waarop we onderweg onze hoop hadden gevestigd.

***

Elke reus in de Bijbel werd verslagen door iemand die geloofde dat God groter was dan die reus.

Dat is dezelfde God die wij hebben.
***

Een glimlach

Toen de jonge John Paton zijn ouderlijk huis verliet om in een gevaarlijke omgeving als zendeling te gaan werken, liep zijn vader een heel eind met hem mee.

Tijdens hun tocht spraken ze nauwelijks.

Paton vertelde later dat zijn vader voortdurend in stilte voor hem bad. Er waren tranen en bij het afscheid kon vader nauwelijks spreken. Toen John verder liep, keek hij nog een keer om.

Zijn vader stond er nog steeds, met zijn gezicht naar de hemel gericht.

John liep weer verder, maar keek uiteindelijk opnieuw achterom.

Zijn vader stond nog steeds op dezelfde plek en was nog altijd aan het bidden.

Uiteindelijk verdween hij uit het zicht.

Maar Paton wist dat zijn vader nog altijd voor hem bad. Die herinnering bleef hem zijn hele leven bij.

Wat een troostrijke gedachte.

Soms is het grootste geschenk dat een vader of moeder aan een kind kan geven niet een erfenis, een opleiding of bescherming tegen moeilijkheden, maar de zekerheid: ‘Wanneer jij verder gaat, zal ik je niet kunnen volgen, maar ik zal wel voor je blijven bidden.’

***

Jezus stelde in de vier evangeliën maar liefst 307 vragen.
Zelf kreeg Hij er 183. Daarvan beantwoordde Hij er slechts drie rechtstreeks.
Hij ontweek de vragen niet. Hij leerde mensen vooral hoe ze moesten denken.
Misschien geeft de Bijbel ons niet alle antwoorden waar we om vragen, omdat God er meer op gericht is ons te vormen dan ons alleen maar te informeren.

***

De meeste christenen hebben weleens gehoord van David Brainerd. Niet veel mensen kennen zijn broer, John Brainerd.

David was de beroemde zendeling onder de inheemse bevolking van Noord-Amerika. Hij stierf jong, op 29-jarige leeftijd, aan tuberculose.

Maar na zijn dood moest het werk verder, en zijn broer John nam het over.

Hij werd niet beroemd. Er kwam geen groot moment van roem. Geen spectaculaire doorbraak. Geen boek dat zijn naam onsterfelijk maakte. We hebben slechts een klein deel van zijn dagboeken over, waaronder drie maanden uit 1759.

Juist daarin blijkt iets heel menselijks. John schreef niet alleen over gebed als een geestelijke plicht. Hij streefde ernaar dat zijn hart werkelijk betrokken zou zijn bij zijn gebeden. Hij wilde niet slechts woorden uitspreken, maar God in oprechtheid zoeken.

Sommige mensen erven geen groot werk om voort te zetten. Ze ontvangen slechts een kleine taak en de vraag of ze daarin trouw zullen zijn.

En misschien is dat precies wat God van ons vraagt.
Niet: ‘Kun jij iets groots doen?’
Maar: ‘Wil je trouw zijn aan wat Ik je vandaag geef?’

***Je zit om twee uur ’s nachts in het donker en probeert het allemaal zelf op te lossen. Maar God zegt tegen ons:
‘Kom, laten we samen de zaak bespreken.’
(Jesaja 1:18)

***

Dat is grappig

Een predikant vroeg aan een jongetje: ‘Waarom denk je dat God ons twee oren en maar één mond heeft gegeven?’

Het jongetje dacht even na en zei: ‘Omdat God waarschijnlijk wil dat we twee keer zoveel luisteren als praten.’

De predikant glimlachte. ‘Dat is een heel wijs antwoord.’

‘Dank u,’ zei het jongetje. ‘Mijn moeder zegt het ook altijd.’

____

Laat een bericht achter:

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees de nieuwe Oppepper

Thuis of op je werk, een Oppepper maakt je sterk

Klik hier