Maandag 22 september 2025
Gebed

O Lam van God,
U droeg mijn schuld, mijn pijn en mijn schande.
Uw bloed reinigt mij, Uw offer redt mij, Uw liefde draagt mij.
Leer mij te leven onder Uw genade, te schuilen achter Uw kostbare bloed en mijn hart te vullen met Uw zachtmoedigheid en de reinheid van Uw Heilige Geest.
Maak mij steeds meer zoals U, zodat anderen in mij een glimp van Uw schoonheid mogen zien en mijn leven een loflied wordt op Uw Naam.
Wilt U mij leiden tot op die wonderschone dag dat ik U zelf mag zien; U, het Lam dat geslacht werd voor de eeuwige verzoening met de Vader, opdat ik U voor eeuwig mag aanbidden.
Amen.
___
Waartoe bent u beangst, bedroefd
In dit kortstondig leven?
Uw Vader weet wat gij behoeft
En zal ’t u zeker geven.
___

Na een oorlog voor het vaderland zijn degenen die de meeste eer ontvangen niet de soldaten die ongedeerd en zonder littekens thuiskomen. Die eer gaat juist naar de soldaten die de sporen van de strijd met zich meedragen. Het is niet de ongeschonden, smetteloze vlag die het luidst wordt toegejuicht, maar de vlag die doorboord, gehavend en gescheurd is door de kogels en granaten van vele gevechten.
Zo zal het ook zijn bij onze thuiskomst in de heerlijkheid. Het kind van God dat de littekens draagt van de zwaarste conflicten en het diepste lijden dat hij of zij heeft doorstaan in het aardse gevecht om trouw te blijven aan God en de eer van het hemelse rijk te verdedigen, zal met de grootste vreugde worden onthaald.
Oude oorlogsveteranen schamen zich niet voor hun littekens, maar dragen ze als eretekenen; stille getuigen van de offers die zij brachten voor hun vaderland. Zo zal ook in de hemel de soldaat van Christus zich niet schamen voor de wonden die hij op aarde heeft opgelopen in de strijd voor zijn Meester. Integendeel, zijn kroon zal er alleen maar schitterender door zijn.
Bedenk dit goed, want het geeft moed om verder te vechten wanneer de strijd je soms te zwaar lijkt. Het is geen vergissing dat wij hier op aarde zware gevechten moeten leveren.
Uit: Glimpses Through the Window of Life
Deze week nieuw op de site

In een boekje dat een paar jaar geleden werd uitgegeven stond een verhaal over een jonge geestelijke die zijn gemeente bezocht. Op een dag kwam hij bij een oude schoenmaker. Hij begon tegen hem te praten en noemde zijn beroep, zonder het te beseffen, onbelangrijk.
Lees hier verder
Spreuk van de week

Voor mij is de natuur … het kleine venster waardoor God mij toestaat met Hem te spreken en veel van Zijn heerlijkheid te aanschouwen, eenvoudigweg door het gordijn op te lichten en naar binnen te kijken. Ik houd ervan om de natuur te zien als een draadloos telegraafstation waardoor God elke dag, elk uur en ieder moment van ons leven tot ons spreekt.
George Washington Carver
Als je mensen wilt beïnvloeden kun je het beste bij God voor hen bemiddelen.
Onbekend
Vrede in ons leven komt wanneer de wolk tussen ons en God verdwenen is. Vrede is het gevolg van vergeving, wanneer God datgene wat Zijn aangezicht verduistert en de eenheid met Hem verbroken heeft, uit de weg ruimt. Wat we nodig hebben voor gemeenschap met God is berouw, vergeving en vrede. Berouw bieden we aan. Vergeving ontvangen we en vrede is wat we dan erven.
Charles H. Brent
Wat is geloof? Al je eieren in Gods mandje leggen en dan je zegeningen beginnen te tellen voordat al die eieren uitkomen.
Ramona Carroll
Om over na te denken
“Zie, het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt.”
Johannes 1:29
____

Wat een smart, wat een zoetheid, wat een heerlijkheid zie ik in het Lam van God!
- Hij is het Lam van het Offer.
“Zijn bloed zo rood dat voor mij werd vergoten!” Priester én Slachtoffer, Herder én Lam. Hij gaf Zichzelf in mijn plaats, het Lam zonder smet. Hij nam mijn ellende op Zich en oogstte de bittere vruchten die ik had gezaaid. Mijn vruchten zijn een treurige oogst van schuld en smart! Toch weerhield dat Hem niet. Hij gaf Zijn onbevlekte, heilige leven gewillig, voor mijn verloren, verworpen en gebroken leven. O, wat heeft het Lam van God mij lief!

- Hij is het Lam van Verlossing.
Ik denk aan dat oude beeld van mijn Verlosser en Heer en zie het lam van Pascha in het Oude Testament. Het Lam werd geslacht en het bloed werd aan de deurpost gestreken. Iedereen binnen dat huis was veilig. De donkere, gevleugelde engel van de dood, met het scherpe zwaard in zijn hand, hield stil voor dat huis, keek ernaar, maar kon geen oordeel brengen.
Zo verschuil ik mij ook achter de genade, de verzoening en de voorspraak van de Persoon van Jezus en ben ik vrij van het oordeel.

- Hij is het Lam van de zuiverste reinheid.
In Hem is geen duistere vlek te vinden; Hij is geheel en al lieflijk. En zo lang ik bij Hem blijf, over Hem nadenk en op Hem vertrouw, verdwijnen de oude dingen uit mijn leven. Mijn angsten smelten weg in Zijn nabijheid; mijn zorgen lijken klein en nutteloos als ik er samen met het Lam naar kijk.
Bij Hem groei ik in genade en groeien de vruchten van Zijn Geest: de zachtmoedigheid, het geduld en de schoonheid van Gods Lam.
O, met het Lam van God stijg ik opwaarts, hemelwaarts, Christuswaarts!
Uit: In the Silent Hour
Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: Ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen.
Genesis 17:7
____

De goede beloften van God worden nooit herroepen. Ze zijn als bronnen die in tijden van droogte nooit opdrogen. Sterker nog, juist in tijden van droogte tonen zij een rijkere volheid. Hoe groter mijn nood, des te groter is de overvloed die ik ontvang.
Daarom schreef de apostel Paulus dat hij geleerd had “zich te verheugen in zijn zwakheden,” want juist door zijn zwakheden ontdekte hij de rijkdom van Gods genade. In zijn nood bracht hij een grotere kruik naar de fontein en telkens weer werd die kruik gevuld met Gods kracht, ongeacht zijn omstandigheden.
Ik hoef nooit te vrezen dat de belofte van gisteren morgen geen waarde meer heeft of al is opgebruikt. Gods verbond gaat met ons mee als het altijd frisse water in de woestijn. “Zij dronken uit de geestelijke rots die hen volgde, en die rots was Christus.”
God heeft geen weg zonder bronnen. Al strekt Zijn pad zich uit over de dorre woestijn, toch zullen daar bronnen ontspringen en de woestijn zal zich verheugen en bloeien als een roos.
J.H. Jowett
Uit de schatkist van het verleden

Toen de hertog van Kent, de vader van koningin Victoria op zijn sterfbed lag, sprak hij zijn zorg uit over de staat van zijn ziel, want hij voelde zich niet dicht bij God.
Zijn arts probeerde hem gerust te stellen: “Maakt u zich maar geen zorgen. U heeft een eerbaar leven geleid en een hoge positie trouw vervuld. Er zijn veel mensen die niet zo’n goed leven geleid hebben als u. Dat zal u zeker vrede en rust moeten geven.”
Maar de hertog onderbrak hem en zei vastberaden: “Nee, je praat onzin. Onthoud dit: als ik gered word, dan is het nooit als een prins. Ik kan alleen maar gered worden als zondaar.”
Korte Anekdotes

Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen.”
Lukas 15:22
____
Er woonde eens een oude man op het landgoed van een rijke landeigenaar ergens in Engeland. Iedere zondag ging de man naar de kapel die net aan de andere kant van het landgoed lag, om daar tijd met God door te brengen. Hij kon natuurlijk om het landgoed heen lopen om zo de rijke landeigenaar niet te ontrieven, maar dat was voor zijn oude benen een grote opgave. Hij kon toch gemakkelijk over het landgoed lopen? Dat scheelde heel wat energie en tijd. En zo kwam het dat hij altijd de kortere weg nam langs het privépad van de landeigenaar.
Maar een zure buurman die in de buurt woonde vond dat maar niets en stapte geïrriteerd naar de landeigenaar die bovendien ook nog eens de plaatselijke rechter was. De zure man klaagde steen en been. “Die oude vent, die kerel van niets, loopt elke zondag over uw grondgebied en dat hoort niet.”
En zo kwam het dat de volgende keer, toen de oude man weer op weg was naar het huis van God, de landeigenaar hem opwachtte en hem streng vroeg: “Wat geeft u het recht om hier zomaar te lopen? Dit is privé-terrein.”
De oude man antwoordde beleefd en eerbiedig: “Geen enkel recht, meneer. Maar ik dacht dat u het niet erg zou vinden als een oude man die al zo lang op uw landgoed woont, deze kortere weg neemt om naar de kapel te gaan om te bidden. De andere route is te zwaar voor me.”
“Geef mij uw stok,” zei de landeigenaar streng.
De man beefde en gaf de heer zijn eenvoudige wandelstok; niet zeker wat er nu zou gebeuren.
Maar tot zijn verbazing glimlachte de heer plotseling vriendelijk en gaf hem er zijn eigen wandelstok voor in de plaats. Het was een prachtige wandelstok, versierd met goud en voorzien van het familiewapen van de landeigenaar.
“Hier,” zei hij zacht, “als iemand u ooit lastig valt en vraagt met welk recht u hier loopt, laat hem dan deze wandelstok zien en zeg dat ík hem aan u gegeven heb. U bent hier altijd welkom.”
Zo doet ook onze hemelse Vader met ons.
Toen de verloren zoon thuis kwam, schoof de vader een ring om zijn vinger, het teken van zoonschap en het bewijs dat de zoon ondanks al zijn zonden wél het recht had om thuis te zijn. Wij zijn altijd welkom.

Wie is nu echt rijk?
Op een dag besloot een rijke zakenman om zijn zoon mee te nemen naar het platteland, met het doel hem daar in de geheimen van het leven in te wijden. Het was er de rijke man vooral om te doen, de zoon te laten zien hoe belangrijk het is om een goed gevulde beurs te hebben om de problemen in het leven aan te kunnen.
Daarom had hij ervoor gezorgd dat ze een paar dagen te gast waren bij een arm gezin dat verstoken was van al het soort luxe van het prachtige huis waar hij en zijn zoon woonden.
Die mensen waren zo arm als kerkmuizen, maar leefden tevreden.
Op de terugweg vroeg de vader: “En? Hoe vond je het?”
“Fantastisch, papa,” zei de jongen.
“Maar je hebt toch zeker wel gezien hoe arm die mensen zijn?” drong de vader aan.
“Jazeker,” antwoordde de zoon.
“En … wat heb je daarvan geleerd?” vroeg de vader nieuwsgierig.
De jongen dacht even na en zei toen: “Wij hebben één hond… zij hebben er vier. Wij hebben een zwembad dat maar een stukje van de tuin vult… zij hebben een meer achter hun huis en een beek die eindeloos doorloopt. Wij hebben dure lampen in de tuin… zij hebben de sterrenhemel. Ons uitzicht stopt bij de schutting… hun uitzicht reikt tot aan de horizon. Wij hebben een stukje grond om op te wonen… zij hebben akkers zo ver je kunt kijken. Wij hebben mensen die voor ons werken… zij helpen elkaar. Wij kopen ons eten… zij verbouwen het zelf. Wij bouwen muren om ons te beschermen… zij hebben vrienden die voor hen in de bres springen als het nodig is.”
De vader begreep er niets van, maar de woorden wilden niet komen om zijn zoon terecht te wijzen. Tenslotte glimlachte de zoon en zei zacht: “Dank u, papa, dat u mij hebt laten zien hoe arm wij eigenlijk zijn. Nu heb ik een nieuw doel voor ogen.”
Hemels perspectief

Een klein meisje vroeg eens aan haar grootvader: “Opa, hoe zal de hemel zijn?”
De oude man dacht even na, glimlachte toen en zei: “Herinner je je die nacht nog dat het zo vreselijk stormde en de stroom uitviel? Je was toen zó bang in het donker.”
“Ja, opa,” zei het kind. “Jij pakte toen mijn hand vast.”
“Precies,” zei opa. “En toen bleef ik de hele tijd bij je en was je niet bang meer, omdat je wist dat ik bij je was totdat het licht weer aanging.”
Het meisje knikte.
“De hemel …,” ging opa verder, “… is alsof het licht eindelijk weer aan gaat na het donker. Maar het mooiste is misschien nog wel dat onze hemelse Vader op weg erheen onze hand stevig vasthoudt. Wanneer je dan in de hemel aankomt, zul je beseffen dat je eigenlijk nooit echt in het donker hebt gelopen.”
Een glimlach

Er was eens een ongelovige smid die voortdurend aan het vitten was op mensen die zich christenen noemden. Hij had er in het bijzonder plezier in luidkeels over de fouten van gelovigen te praten wanneer er een christen in de buurt was. Steevast kwam er dan een sappig schandaal uit zijn mond over de een of andere gevallen predikant, of wist hij alles te vertellen over een christen die in zonde leefde. Hij pochte vooral graag over een slimme vent die eindelijk dat domme geloof verloochend had.
Op een dag was hij weer met zichtbaar plezier aan het roddelen over het geloof toen er een eerbiedwaardige, oude christen langskwam om zijn paard te laten beslaan. De oude man liet hem rustig praten, maar na een tijdje zei hij: “Heb je ooit het verhaal gehoord van de rijke man en Lazarus?”
“Ja natuurlijk,” antwoordde de smid.
“En weet je nog van die honden bij de poort, hoe ze de zweren van Lazarus aflikten?”
“Ja, dat weet ik,” antwoordde de smid. “Maar waarom vraag je dat?”
De ouderling keek hem aan en zei: “Wel, jij doet me denken aan die honden die alleen maar geïnteresseerd waren in het aflikken van de wonden van Lazarus, die tenslotte toch in de hemel terechtkwam. Maar in datzelfde boek staat ook dat de honden de hemelpoort niet binnengaan. ‘Buiten is de plaats voor de honden die zich bezighouden met toverij en ontucht, met moord en afgodendienst, en voor iedereen die de leugen koestert en ernaar handelt.’”
Dat is grappig

“Jezus kan alles… zei Kareltje enthousiast. “Hij loopt op water, geneest zieken, doet wonderen!”
Zijn beste vriend vraagt: “Kan Hij mij ook helpen met mijn huiswerk?”
Kareltje denkt even na en zegt: “Dat weet ik eigenlijk niet. Jezus is vooral goed in vermenigvuldigen. Brood, vissen, wijn en nog veel meer. Alles vermenigvuldigt Hij. Dus misschien, als je Hem om hulp vraagt, vermenigvuldigt Hij ook je huiswerk en dan ben je nooit op tijd klaar! Misschien kun je je sommen toch maar beter zelf maken.”
***
Kareltje bidt voor het slapengaan:
“Lieve God, help mama de was te doen, help papa niet zo te mopperen… en help opa om niet in de vijver te vallen.”
Zijn moeder vraagt: “Waarom bid je dat opa niet in de vijver zal vallen, lieverd?”
Kareltje kijkt heel ernstig en zegt: “Omdat God altijd bij ons is, maar opa altijd denkt dat hij alles zelf kan!”