Maandag 14 september 2026
Gebed
Jezus, dank U dat U betekenis geeft aan ieder moment van mijn dag. Dank U dat wat U betreft geen taak te klein is, geen moment te onbelangrijk; dat geen onderdeel van mijn leven buiten Uw aandacht valt.
Help mij vandaag om met heel mijn hart, met heel mijn verstand en met al mijn kracht voor U te leven. Laat alles wat ik doe, groot of klein, iets zijn waarmee ik U eer. Bewaar mij ervoor om te leven voor de goedkeuring van mensen, voor hun waardering of voor mijn eigen eer. Leer mij tevreden te zijn wanneer alleen U ziet wat ik doe.
Geef mij een gewillig hart om mijn werk met toewijding te doen, ook wanneer niemand het opmerkt. Help mij om er niet de kantjes vanaf te lopen, maar trouw te zijn in de kleine dingen, omdat ik ze voor U doe.
Mijn dag is van U. Mijn werk is van U. Mijn tijd is van U. Moge alles wat ik vandaag doe, gedaan worden uit liefde voor U en tot eer van Uw Naam.
Amen.
***

Hoe kun je verwachten dat God tot je spreekt met die zachte, innerlijke stem die de ziel doet smelten, als je zelf zoveel lawaai maakt en voortdurend in beweging bent? Wees stil, dan zal God echt weer tot je spreken.
François Fénelon
***

Op een morgen, nadat het hard geregend had, liep ik eens door de velden. Overal hingen de druppels van de regen nog aan de bomen en de tere kelkjes van de bloemen. En toen opeens kwam de zon achter de wolken vandaan. Er ontvouwde zich een overweldigend schouwspel van licht dat weerkaatst werd in de duizenden druppels rondom. Wat een pracht. Wat een glorie.
Overal in ’t veld,
Stralend met hemelse pracht,
Glinsteren juwelen.
Het is alsof God weer tot me lacht.
Gisteren was alles nat en koud,
Problemen stroomden op mij neer.
Maar druppels uit een koud verleden
Blinken door Gods licht van zuiver goud.
Om over na te denken

We voelen in deze huidige wereld al snel de drang om indruk op anderen te maken. We willen gezien, gewaardeerd en bevestigd worden. We willen weten dat ons leven ertoe doet. Maar Kolossenzen 3:23 wijst ons een betere weg: “Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heere is en niet voor mensen.” We leven voor God, voor Zijn eer en voor Zijn goedkeuring.
Ware bevestiging komt niet van mensen, een bedrijf, een regering of een aantal online volgers. Ze komt van God, Die onze motieven kent, onze worstelingen ziet en weet welke offers we brengen, ook wanneer niemand anders ze opmerkt. Als we dat beseffen, krijgt trouw aan God een veel diepere betekenis.
Wanneer we voor God leven, doen we ons werk niet halfslachtig. We lopen de kantjes er niet vanaf, want we dienen God. Misschien merkt niemand het op. Misschien maakt het anderen helemaal niets uit. Maar wij leven voor God. Niet voor bevestiging, complimenten of werelds succes. De Schrift zegt: “En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem.” (Kolossenzen 3:17)
Wanneer je leert niet langer voor de massa te leven, maar voor het oog van God alleen, komt er rust in je leven. Je hoeft jezelf niet voortdurend te bewijzen. Je hoeft niet langer mee te draaien in de uitputtende tredmolen van het iedereen naar de zin willen maken. Leven voor God verankert je hart in iets wat veel kostbaarder is: de blijvende vreugde om Christus te behagen.
***

Onderscheidingsvermogen betekent dat je een Petrus van een Judas kunt onderscheiden. Petrus had een slechte dag. Judas had een slecht hart. Je moet weten wie er echt aan jouw kant staat.
***

Ik zet vraagtekens bij de manier waarop het kruis vandaag de dag in veel kerken gepreekt wordt. Is dat kruis wel het kruis van het Nieuwe Testament? Het lijkt eerder op een prachtige versiering op de kleding van een zelfverzekerd en vleselijk christendom. Het oude kruis doodde de menselijke trots, het nieuwe kruis geeft plezier en amusement. Het oude kruis veroordeelde de zondige mens, het nieuwe kruis vertroetelt en amuseert. Het oude kruis vernietigde het vertrouwen in het vlees; het nieuwe kruis lijkt het juist wel aan te moedigen.
A.W. Tozer (1897-1963)
***

Toen een oude man iemand luidkeels een ander hoorde veroordelen voor de een of andere fout, zei hij eenvoudig en met hartverwarmende duidelijkheid: “U heeft gelijk, mijnheer. Wat een vreselijke zonde. Wij tweeën zondigen zo niet. Wij doen dat heel anders.”
Charles D. Williams
***
Uit het archief van Spurgeon

Hoe komt het toch dat sommige christenen, hoewel zij ontelbare preken horen, toch nauwelijks verder komen in het goddelijke leven? Het antwoord is eenvoudig. Dat komt doordat zij hun tijd met God in de binnenkamer verwaarlozen. Ze denken niet in stilte na over Gods Woord. Zij hebben het koren wel lief, maar vermalen het niet. Zij willen het graan wel hebben, maar gaan de velden niet in om het te verzamelen; het fruit hangt aan de boom, maar zij plukken het niet; het water stroomt aan hun voeten, maar zij bukken zich niet om het te drinken.
O Heer, verlos ons van deze dwaasheid.
***
Elk probleem in ons leven is eigenlijk een door God aangewezen onderwijzer.
Luister goed naar de les en leer ervan.
***
Schepping

Een man lag op een warme zomerdag in de schaduw van een grote eik. Terwijl hij wat om zich heen keek, zag hij een pompoenrank die langs een hek groeide. Aan de rank hingen grote, zware pompoenen.
“Dat is toch wel vreemd,” dacht hij. “Zo’n tere, kwetsbare plant draagt zulke enorme vruchten, terwijl een sterke boom als deze eik alleen maar kleine eikels voortbrengt. Als ik de wereld had gemaakt, zou ik het toch wat verstandiger hebben geregeld.”
Op dat moment viel er een eikel uit de boom en raakte hem zo hard op zijn neus dat die begon te bloeden.
De onverwachte klap bracht de man tot andere gedachten.
“Ik moet toegeven,” zei hij, “dat God alles bijzonder wijs heeft gemaakt. Als de eikel die zojuist op mijn neus viel zo groot was geweest als een pompoen en van deze hoogte naar beneden was gevallen, was ik waarschijnlijk bewusteloos geraakt of had ik op zijn minst mijn neus gebroken.”
Hij glimlachte.
“Wat we vroeger op school leerden, blijkt toch waar te zijn: God heeft alles in de schepping met wijsheid en een vooruitziende blik gemaakt.”
Wat zijn we toch dwaas wanneer we denken dat we het beter weten dan de alwijze Schepper.
Uit: Anecdotes and Illustrations
***

Als een christen de gemeenschap met andere christenen schuwt, verkneukelt de duivel zich. Wanneer een christen stopt met het bestuderen van de Bijbel, verschijnt er een lach op zijn gemene tronie. En als de christen tenslotte stopt met bidden, schatert en schreeuwt de duivel het uit van plezier. Geef hem dus geen reden tot dat plezier.
Corrie Ten Boom
***
Hemels perspectief: Een getuigenis

Sarah Salviander groeide op in Canada en was als kind gefascineerd door de sterren. Op haar negende wist ze het zeker: ze zou wetenschapper worden.
Door haar atheïstische opvoeding vond ze het christelijk geloof maar primitief. Geloof maakte mensen volgens haar eerder zwak dan sterk. Toch veranderde er iets toen ze astrofysica ging studeren. Veel van haar professoren waren christenen. Het zette haar aan het denken.
Hoe dieper ze in de natuurkunde dook, des te meer ze werd getroffen door de verbazingwekkende orde van het universum. Ze ontdekte iets wat ze niet had verwacht: achter de schoonheid en begrijpelijkheid van het heelal leek een werkelijkheid schuil te gaan die groter was dan het heelal zelf. Zonder het te beseffen begon ze iets te begrijpen van de woorden uit Psalm 19:
“De hemel vertelt Gods eer,
het gewelf verkondigt het werk van zijn handen.”
Sarah begon de Bijbel serieus te nemen. Als Genesis niet zomaar een mythe was, maar echt iets over de werkelijkheid vertelde, wat betekende dat dan voor de rest van de Bijbel? En wie was Jezus eigenlijk?
Maar haar geloof zou pas echt diep worden beproefd toen haar eerste kindje werd geboren. Haar dochter Ellinor was een doodgeboren kindje.
Het verdriet was zo overweldigend dat Sarah zelfs begon te denken dat ze maar liever met Ellinor begraven zou worden. Hoe kon ze haar doodgeboren kindje alleen achterlaten in die vreemde onbekende wereld achter het gordijn van het leven?
Maar er gebeurde iets wonderlijks. Diep in haar hart groeide een overtuiging dat ze mocht rusten op de werkelijkheid van de Bijbel. Als het christelijk geloof waar was, dan was de hemel geen troostrijke gedachte die mensen zichzelf voorhouden wanneer het leven ondraaglijk wordt, maar dan bestond de hemel echt. En dan was Ellinor daar, veilig bij God.
Op dat moment voelde ze hoe God haar dochtertje voorzichtig uit haar armen nam en naar Zich toe droeg en vervulde haar hart zich met vrede. Niet omdat haar verdriet verdwenen was. Niet omdat de dood ineens minder verschrikkelijk werd. Maar omdat ze wist dat ze haar dochtertje niet voorgoed kwijt was. Ze kon haar loslaten omdat ze wist in Wiens handen haar kindje terechtkwam.
Misschien is dat wel een van de grootste geschenken van geloof: niet dat het ons voor verdriet behoedt, maar dat het ons iets geeft dat sterker is dan verdriet.
De hemel wás werkelijkheid. En daarom kon ze haar kind loslaten.
Uit: Heaven by Randy Alcorn
***
U behoort geheel mijn leven
U te dienen is mijn eer
U te volgen is mijn roeping,
Ja dat is mijn grootste vreugde, Heer.
***
Een glimlach

Elke ochtend keek de man vanuit het raam naar zijn tuin. In de winter zag hij weinig meer dan kale takken en donkere aarde. Op een ochtend zuchtte hij: “Alles is dood.”
Zijn vrouw, die achter hem stond, glimlachte. “Dat zeg je ieder jaar.”
“Nogal logisch,” schamperde hij. “Ieder jaar ziet de tuin er precies hetzelfde uit. Grauw en doods.”
Ze kwam naast hem staan en keek naar buiten.
“Dat is waar,” zei ze. “Maar jij bent niet degene die bepaalt wat er onder de grond gebeurt.”
De winter ging voorbij.
Op een mooie lenteochtend zag de man iets groens in de donkere aarde. Hij liep naar buiten, bukte zich en bleef er een tijdje naar kijken.
Een klein scheutje. Nauwelijks zichtbaar, maar onmiskenbaar levend.
Hij knielde neer en raakte voorzichtig de aarde aan.
Toen dacht hij aan zijn eigen leven.
Aan de antwoorden op gebeden waarop hij al jaren wachtte. Aan beloften die hij ooit vol vertrouwen had vastgehouden, maar die hij inmiddels nauwelijks nog durfde te verwachten.
Misschien, dacht hij, gebeurt er meer dan ik kan zien.
Misschien is God ook onder de oppervlakte van mijn leven aan het werk.
Hij glimlachte.
De tuin was niet dood geweest.
Hij had alleen niet kunnen zien wat er gebeurde.
***

O Jezus, weest Gij ons licht deze gehele dag,
want Uw licht is het licht der mensen.
***

Een vrouw bad jarenlang voor haar zoon die, net als de verloren zoon in de Bijbel, was afgedwaald. Iedere avond bad ze hetzelfde gebed: “Heer, breng hem thuis.”
De jaren verstreken, maar er kwam geen verandering.
Op haar tachtigste verjaardag vond haar kleindochter haar oude Bijbel. Tussen de bladzijden zat een vergeelde foto van haar zoon.
“Bid je nog steeds voor hem?” vroeg ze.
De oude vrouw glimlachte. “Natuurlijk. Alleen is mijn gebed veranderd.”
“Wat bedoel je, oma?”
“Ik bid niet meer of God hem thuisbrengt.”
“Waarom niet?”
“Omdat ik eindelijk heb begrepen dat hij nooit buiten Gods bereik is geweest. Gods handen zijn altijd om hem heen, ook al kan ik het niet zien. Nu bid ik alleen nog: ‘Heer, laat hem weten dat U van hem houdt.'”
Geloof betekent dat we niet langer vasthouden aan wat wij willen dat God doet, maar leren vertrouwen op Wie Hij is.
***

Jezus verbaast zich er niet over als mensen die Hem niet kennen zich gedragen als mensen die Hem niet kennen. Maar het doet Hem pijn wanneer Zijn eigen kinderen zich gedragen alsof ze Hem niet kennen.
***
Dat is grappig

Jantje, de kleuter van een ouderling in de Baptistengemeente, woonde voor het eerst een doop bij. Hij was diep onder de indruk toen hij een jongeman zag die in een soort zwembad werd ondergedompeld door de voorganger en weer uit het water kwam terwijl hij God luid aan het prijzen was voor het wonder van de doop.
“Helemaal schoon door het bloed van Jezus,” fluisterde zijn moeder hem toe. “Hij gaat naar de hemel.”
Meteen besloot Jantje dat zijn poezen ook gedoopt moesten worden. De moederkat had net twee kleintjes gekregen en de volgende dag verzamelde hij de hele kattenfamilie in de badkamer. Na de badkuip gevuld te hebben begon het ritueel. Eerst werd de kleine lapjeskat gedoopt. Dat gaf geen probleem. Het beestje ging enthousiast mauwend het lauwe water in en sprong er weer uit. Goed zo. Dat beestje was verzekerd van een veilige overtocht naar het huis van de Vader. Het tweede poesje, een grappig beest met een zwarte kop, was niet erg gediend van het water, maar onder een zielig gemauw lukte de doop toch. Ook die poes was nu veilig binnen.
Maar moederpoes zag niets in de doop. Nadat Jantje de poes had opgepakt en het angstige beest, met haar fluwelen vacht, zag waar ze in zou belanden begon ze vreselijk tegen te stribbelen en klauwde ze wild om zich heen. “De doop, stom beest,” schreeuwde Jantje boos. “Je moet dat water in, anders ga je niet naar de hemel.”
Maar wat Jantje ook probeerde, de poes wilde niet meewerken. Tenslotte slaakte Jantje een gefrustreerde zucht en sprak boos: “Zoek het dan zelf maar uit. Als je zo graag naar de hel wil, moet je het zelf maar weten.”
___