Genade: Maar moeilijk te begrijpen
Door J.C. Ryrie
Lang geleden werkte ik met kansarme kinderen in het centrum van de stad. Aan de rand van de stad was een kamp dichtbij een meer, dat we elke vrijdagavond gebruikten als het weer het toeliet. Dan laadden we zo’n veertig kinderen in de bus, reden naar het kamp en genoten we van een avondmaaltijd en spelletjes en praatten we over God en het geloof. Soms sliepen we er ’s nachts en keerden we pas zaterdagmiddag terug.
Zo kwam het dat ik op een zaterdagochtend vroeg wakker werd van een onverklaarbaar geluid. Al snel ontdekte ik dat een paar van de kinderen die ik had aangesteld als leiders en goede voorbeelden, uit de slaapzaal waren geslopen, naar het meer waren gegaan, een van de boten te water hadden gelaten en zich ver buiten de kust aan het vermaken waren. Dit was niet alleen tegen elke regel in het boek, maar ook gevaarlijk.
Toen de kinderen mij zagen staan, kwamen ze meteen naar de kant. Als honden met de staarten tussen de benen gingen ze gedwee terug naar bed, zich afvragend welke straf hen morgen wachtte.
Voor mij was slapen nu onmogelijk. De avond ervoor had ik met deze christelijke jongeren gesproken over vergeving. Terwijl ik in die vroege ochtenduren over het terrein liep om mij over hun lot te beraden, kwamen mijn eigen woorden van de avond ervoor, over vergeving, steeds weer bij me terug.
Maar als ik ze geen straf geef, zo redeneerde ik bij mezelf, zullen ze nooit onder de indruk zijn van de ernst van wat ze gedaan hebben. Ik heb een verantwoordelijkheid tegenover hun ouders om de regels te handhaven en de overtreders te straffen.
Maar hoe meer ik met mezelf debatteerde en er met de Heer over sprak, des te meer bleef het vers in Efeziërs 4:32 tot me spreken:
Wees goed voor elkaar en vol medeleven;
vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.
Maar Heer, ik kan hen niet vergeven; zij verdienen het niet, net zo goed als ik Uw vergeving niet verdien. Maar ik moet de regels toch zeker handhaven? Als ik te aardig ben, zullen de kinderen denken dat ik zwak ben. Ik weet heel goed dat U niet zwak bent, alleen liefdevol. Maar Heer, eerst zal ik ze laten beloven dat ze zoiets nooit meer zullen doen en dan zal ik ze vergeven…
Heer, is dat de juiste weg? Het is maar goed dat U zo’n belofte niet van mij verlangde, anders zou ik nooit vergeven zijn. Ik moet vergeven zoals God mij vergaf.
Hoe was dat? Zonder voorwaarden en zonder beloften vooraf. Geen werken en geen herinnering achteraf.
“Maar Heer,” bleef ik tegenstribbelen. “U bent God, U kunt alles, maar ik kan zoiets niet.”
“Je bent Mijn kind,” antwoordde Hij. “Imiteer Mij.”
Dus met grote tegenzin en met heel weinig vertrouwen zei ik tegen de Heer dat ik het zou doen. En ’s morgens zei ik tegen het groepje stouteriken: “Jullie hebben iets verschrikkelijks gedaan. Het had rampzalige gevolgen kunnen hebben voor jullie zelf, voor jullie familie en voor mij. Maar ik vergeef jullie onvoorwaardelijk en volledig.”
“Dat meent u niet,” zeiden ze. “Er moet ergens een addertje onder het gras zitten.”
“Nee,” hield ik vol, “Geen addertje. Jullie zijn vergeven.”
Toen vertelde ik hen wat de Heer die avond tegen me had gezegd over Zijn genade en hoe graag ik wilde dat ze die genade zelf zouden proeven en erin leerden geloven.
Ik liet hen die dag niet eens opruimen. Ik deed het zelf, omdat ik niet wilde dat ze dachten dat ze ook maar een klein beetje van die vergeving konden verdienen. Het vervolg? Zolang die kinderen in mijn club zaten waren ze het toonbeeld (voor zover kinderen van die leeftijd dat kunnen zijn) van goedheid, behulpzaamheid en bruikbaarheid. Genade is inderdaad een moeilijk concept om te begrijpen voor ons werelds ingestelde gedachtegoed, maar genade vergeeft. Onvoorwaardelijk.
Genade is onverdiende gunst. Onverdiend van de kant van de ontvanger. Die kinderen hadden geen aanspraak op mijn genade. Ze hadden niets goeds gedaan. Ze verdienden alleen maar gestraft te worden.
Genade is niet goedkoop. Genade is duur. Het is gratis voor de ontvanger maar duur voor de schenker. Als genade niet duur is, is hij weinig waard. Mijn vergeving die avond kostte die kinderen niets, maar het kostte me veel pijn en een waar gevecht in gebed. In vergelijking met wat genade onze Heer kostte was het natuurlijk niets. Het kostte onze Heer Jezus zijn leven. Er zijn mensen die om Zijn genade lachen, hem verwerpen, vertrappen of te schande maken, maar dat doet niets af aan de oneindige waarde.
Genade is niet gemakkelijk om te ontvangen. Die kinderen waren stomverbaasd toen ik hen genade gaf. Ze konden niet geloven wat ze hoorden. En waarom zouden ze? Vanaf dag één werden ze net als iedereen opgevoed in een systeem van verdienste, waarin aanvaarding gebaseerd is op prestaties. “Doe dit en je wordt beloond. Doe dit niet en je wordt gestraft.” Dit gedachtegoed dringt door in het hele leven, ook in het christendom.
Menselijke werken zijn als termieten in Gods genadestructuur. Ze beginnen klein, maar als ze niet onder de duim gehouden worden, kunnen ze het hele bouwwerk neerhalen. En wat zijn zulke werken? Alles wat ik doe om enige verdienste te krijgen en dat kan zich ook heel subtiel uiten in mijn relatie tot God.
Genade verandert iemands leven en gedrag. Die kinderen toonden een verandering. Hun band met mij persoonlijk werd er veel sterker en echter door. Ze volgden me overal als jonge hondjes die alles wilden doen om mij te behagen. En ze hadden een nieuw inzicht in de liefde van hun Heiland voor hen.
Het evangelie is het goede nieuws van de genade van God die vergeving en eeuwig leven schenkt. Laten we dat evangelie zo vol van genade houden dat er geen ruimte is voor iets anders, dat de ware genade van God verdunt of vervuilt.