De trouwe Herder
“Ik, Ik ben het die u troost!”
Jesaja 51:12
Hoe troost God ons wanneer wij omringd zijn door moeilijkheden?
Ik geloof dat God ons troost door ons te overtuigen van de noodzaak van de beproeving. Voor een kind van God bestaat geen toeval. Maar geloven wij dat werkelijk? Geloven wij werkelijk dat God onze Herder is, of is dat slechts een mooie gedachte waar we ons verder niet echt aan toevertrouwen?
Als God werkelijk is wie Hij zegt te zijn, de Schepper van hemel en aarde, met een plan voor elk van Zijn kinderen, dan bestaat er geen pijn die eigenlijk een vergissing was.
- Geen pijn kan aan het lichaam knagen;
- geen verdriet kan het hart doorboren;
- geen schaduw kan de ziel verduisteren die niet is toegelaten,
omdat er een diepere, belangrijke reden voor was.
Geen enkele beproeving is willekeurig en geen enkel verlies overkomt ons bij toeval. Alles wat een kind van God treft, komt tot ons als een onmisbare schakel in onze geestelijke gezondheid en ons uiteindelijke geluk. Zo leven wij uit geloof en zo troost God ons.
Wanneer wij tot God uitroepen, zoals koning David dat deed, troost Hij ons door ons te laten zien wat de bron van onze nood is. Geen enkele beproeving kan ons raken die niet eerst zorgvuldig door Hem is gepland, overwogen, afgewogen en geschikt verklaard voor ons leven.
Stel je eens voor dat er ook maar één moment zou bestaan waarop toeval de oorzaak is van je beproevingen, of dat een ongeluk de ware reden is van je tegenslag. Wat zou deze wereld dan een sombere en uitzichtloze plaats zijn! Wat een ontroostbaar hart zou de rouwende dan hebben; want dan is er geen hoop, en zijn wij overgeleverd aan de willekeur van pech en toeval.
Maar laat zulke gedachten geen plaats krijgen in je hart. De waarheid is heel anders. God zegt: “Ik, Ik ben het die u troost!”
Als onze zorgen, verliezen, teleurstellingen en verdriet zonder doel tot ons zouden komen, zonder een verheven plan of goddelijke bedoeling, dan zou het lijden nauwelijks te dragen zijn. Maar Hij verzekert ons: “Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, bewerkt voor ons een alles overtreffend, eeuwig gewicht van heerlijkheid.”
En: “Alle dingen werken mee ten goede voor hen die God liefhebben, voor hen die naar Zijn voornemen geroepen zijn.”
Tenslotte zal Hij ons volkomen troosten door ons van al onze beproevingen te verlossen en ons binnen te leiden in een heerlijke rust, helderder en mooier dan oog ooit heeft gezien, oor heeft gehoord, of het mensenhart in zijn gelukkigste verbeelding ooit heeft kunnen bedenken. Daarom is Hij het waard om ook dit nieuwe jaar opnieuw te vertrouwen: Hij, de trouwe Herder van onze ziel.
Naar een artikel van John Cumming, 1807-1881