De Heer, mijn herder

Uit: The God of All Comfort 1857

De beloften van de Heer vormen een onwrikbaar en onverwoestbaar front tegen alle winden en stormen van twijfel of beproeving die er maar bestaan. Hij is een ‘goede herder, die zijn leven geeft voor zijn schapen’. Hijzelf schetst het contrast tussen een goede herder en een slechte herder als Hij in Johannes 10 zegt: “Wie een huurling is en geen echte herder, ziet de wolf komen en hij laat de schapen alleen achter en vlucht.”

De profeet Ezechiël schrijft: “Zo zegt de Here God tot de herders: Wee de herders van Israël, die zichzelf voeden!” 

Wie zou onze Goddelijke Herder er ooit van kunnen beschuldigen zo trouweloos en onvriendelijk te zijn als de valse herders waar Ezechiël het hier over had? 

En toch klagen we allemaal op gezette tijden. Twijfel is een vorm van ongeloof. Het is het idee dat, ofschoon we God om hulp vragen, Hij ons uiteindelijk toch niet hoort. Maar als de woorden in Johannes 10 waar zijn, hebben we niets te vrezen en mogen we met ons hele gewicht rusten op de wetenschap dat Jezus voor ons zorgt. 

Om de vrede van God te ervaren is het echter absoluut nodig om onszelf volledig aan Hem over te geven in het vertrouwen dat Hij een ‘goed’ plan met ons heeft, of we nu precies krijgen wat wijzelf denken nodig te hebben of niet. Is dat niet de essentie van vertrouwen? Dat je rust in de wetenschap dat God van je houdt en voor je zorgt, zelfs als de weg door een donker dal leidt? 

Soms lijkt het erop dat wij denken zelf de Herder te zijn en dat we God moeten belagen met onze vermoeiende gebeden om Hem zo te dwingen om ons vast te houden, maar zo is het niet.

Misschien verweer je jezelf nu met de woorden: “O nee, ik verwijt de Heer niets, maar ik ben zo zwak, zo dwaas en zo onwetend. Het is allemaal mijn eigen schuld.” 

Weet je dan niet dat schapen altijd zwak, hulpeloos en dom zijn? Dat is juist de reden dat ze een herder nodig hebben om voor hen te zorgen. Juist omdat ze niet voor zichzelf kunnen zorgen, hebben ze een herder nodig. Stel je eens twee kuddes schapen voor, die aan het einde van de winter bij elkaar komen om hun ervaringen te vergelijken. De ene kudde is dik en sterk en in goede conditie, maar de andere arm, mager en ziek. Zou de gezonde kudde opscheppen over zichzelf en zeggen: “Kijk toch eens hoe goed wij voor onszelf gezorgd hebben? Wij zijn slim, goed en wijs.” En zou de andere kudde zichzelf de schuld geven en zeggen: “Och, och, wat zijn wij toch verschrikkelijk slechte schapen, dat we in zo’n slechte toestand verkeren!” 

Maar soms denken wij er met betrekking tot ons geloof wel zo over. Wij laden de verantwoordelijkheid voor ons geluk op onze eigen schouders en verwachten niet echt van God dat hij voor ons zorgt. De Heer noemt Zichzelf een goede Herder. Het maakt niet uit wat ik voel, want Hij zegt dat Hij het is, en daarom geloof ik het. Als iemand durft te leunen op Jezus en gelooft dat de Herder liefdevol voor hem zorgt, zal de vrede van God zijn hart vullen.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees de nieuwe Oppepper

Thuis of op je werk, een Oppepper maakt je sterk

Klik hier