De enige juiste strategie
Door Hannah Whitall Smith
Als ik de Bijbel lees, is het door Gods beloften voor mij duidelijk dat de Heer voor ons zal vechten als we Hem vertrouwen. God weet dat we geen kracht of macht hebben tegen onze geestelijke vijanden. Net zoals een tedere moeder voor haar hulpeloze kinderen vecht wanneer die door een vijand worden aangevallen, vecht God ook voor ons. Alles wat Hij van ons vraagt, is om stil te zijn en Hem voor ons te laten strijden. Dit is de enige geestelijke strategie die echt succesvol is.
Helaas zijn we allemaal nogal traag van begrip en wanneer er verzoekingen komen, roepen we al onze krachten op om ze zelf te bestrijden in plaats van de strijd over te geven aan de Heer. We geloven misschien dat de Heer ergens in de buurt is en in het ergste geval zal ingrijpen om ons te helpen voordat het te laat is, maar over het algemeen hebben we het gevoel dat we zelf alle strijd moeten leveren. Onze manier van vechten bestaat er meestal uit dat we God in talloze gebeden beloven heel goed en heilig te zijn, met goede voornemens en beloften en vermoeiende gevechten, maar toch falen we telkens weer en ervaren we in plaats van vrede en echte bevrijding niets dan zorg en onrust.
Maar je vraagt je misschien af: “Moeten we zelf dan niet vechten?” Natuurlijk moeten we vechten, maar niet op deze manier.
We moeten de “goede strijd van het geloof” strijden, zoals Paulus Timotheüs vermaande; en de strijd van het geloof is geen strijd van inspanning, zweet, bloed en tranen, maar een strijd van vertrouwen. Het is het soort strijd dat Hizkia vocht toen hij en zijn leger hun vijand tegemoet marcheerden, terwijl ze overwinningsliederen zongen en al hun vijanden dood aantroffen.
Onze rol in deze strijd is om de strijd over te geven aan de Heer en op Hem te vertrouwen voor de overwinning. Daar heeft Hij ons Zijn wapenrusting voor gegeven die we dan moeten gebruiken.
De apostel vertelt ons hoe die wapenuitrusting eruitziet. Het is de gordel van de waarheid, het borstschild van gerechtigheid, de helm van redding en het zwaard van het Woord van God. Bovenal, zegt hij, moeten we het schild van geloof dragen waarmee we alle vurige pijlen van de goddelozen kunnen doven.
Van alle behoeften van het menselijk hart is er geen groter dan de behoefte aan vrede en geen enkele belofte is ons overvloediger beloofd in het Evangelie. “Vrede laat ik u,” zegt onze Heer, “mijn vrede geef ik u. Laat uw hart niet verontrust zijn.” En opnieuw zegt Hij: “Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede moogt hebben. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar weest opgewekt, want Ik heb de wereld overwonnen.”
Ons idee van vrede is dat er vrede rondom ons moet zijn voordat we ook binnen in ons vrede kunnen ervaren. Alle vijanden moeten verdreven zijn en alle problemen moeten overwonnen zijn voordat we echte vrede kunnen hebben. Maar het idee van de Heer is dat er een innerlijke vrede bestaat die zelfs te midden van onrust groeit. En het fundament van deze vrede ligt niet in het feit dat wij de wereld hebben overwonnen of dat ooit zullen kunnen, maar dat Christus haar heeft overwonnen.
Alleen de overwinnaar kan ware vrede verkondigen en wij, voor wie Hij de strijd heeft gestreden, hoeven niets anders te doen dan deze vrede binnen te gaan. Wij kunnen die vrede zelf niet maken. Die vrede wil de Heer ons geven en die kunnen we ervaren door er met ons hele gewicht op te rusten.