Nieuwsbrief 28 juli 2025
Roep Mij aan, en Ik zal je antwoorden, Ik zal je grote, wonderlijke dingen bekendmaken, dingen die je volkomen onbekend zijn.
Jeremia 33:3
____
Gebed
Heer,
Laat dit moment van gebed een bijzonder moment zijn; stil, warm en vol van Uw Geest. Laat mijn gebed niet zomaar worden afgeraffeld als een gewoonte of plicht, maar maak dat ik echt in Uw aanwezigheid kom en mij voor U uitstrek.
Laat me Uw aanwezigheid ook ervaren in de gewone dingen van vandaag, in mijn vergaderingen, beslissingen en gesprekken; bij alles wat voor me ligt.
Weest U mijn stille Gids, onzichtbaar misschien, maar toch werkelijk aanwezig, de Herder die meeleeft en richting geeft.
U zei: “Als je bidt, vergeef dan eerst, als je iets tegen iemand hebt.”
Dat raakt me. Help mij om los te laten wat wringt.
Wrok, bitterheid, stille oordelen, ik leg ze bij U neer, want ik wil dat niets mijn omgang met U kan verstoren en dat niets Uw stem in mijn hart overstemt.
Helpt U mij om vandaag een gever te zijn en me niet af te vragen wat de voordelen voor mij zullen zijn. Ik vraag U dus om een ruim hart, een frisse blik en een nieuw doel dat U kunt zegenen.
Ik bid dit alles in Uw Naam, Jezus, en omwille van U.
Amen.
Gebed van Peter Marshall
____
Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen.
Kolossenzen 3:23
____

Christus vraagt nooit iets van ons dat we niet kunnen doen.
Maar laten we niet vergeten dat Hij wél van ons verwacht dat we ons uiterste best doen. De trouw die Christus verlangt houdt in dat we ons werk, onze verantwoordelijkheden, ons beroep en onze dagelijkse taken zo goed mogelijk uitvoeren. Laat niemand denken dat religie alleen iets is voor in de kerk of tijdens het gebed.
Geloof heeft alles te maken met hoe je je dagelijkse werk doet en dat geldt zeker ook voor de meest gewone klusjes of het eenvoudigste werk.
Wat je taak ook is, je kunt niet werkelijk trouw zijn aan God als je je werk slordig of nalatig doet. Met elke taak die je verwaarloost, doe je niet alleen jezelf tekort, maar ook Gods werk. Het is alsof je Hem iets onthoudt wat Hem toebehoort. Het universum is pas compleet wanneer ook jouw werk, hoe klein het ook lijkt, met toewijding en zorg wordt gedaan. De trouw die Christus vraagt, strekt zich uit tot alles wat we doen:
– De manier waarop een kind zijn lessen leert en voordraagt
– Hoe een naaister of kleermaker zijn steken zet
– Hoe de smid het ijzer smeedt en het paard beslaat
– Hoe de loodgieter zijn leidingen aanlegt
– Hoe de timmerman een huis bouwt
– Hoe een winkelbediende producten presenteert, afmeet en weegt
Hoe anders zou de wereld eruitzien als deze les overal werd geleerd en toegepast! Dan zouden oneerlijkheid, bedrog, misleiding, valse maten en gewichten, slordigheid en plichtsverzuim snel verdwijnen. Het zal in de toekomstige wereld anders zijn.
Uit: Glimpses through the Window of Life

Er zijn mensen die:
Mij Meester noemen, maar Mij niet gehoorzamen.
Mij het Licht noemen, maar niet willen kijken.
Mij de Weg noemen, maar Mij niet volgen.
Mij het Leven noemen maar er niet naar verlangen.
Mij wijs noemen, maar niet luisteren naar mijn raad.
Mij rechtvaardig noemen, maar Mij niet vrezen.
Mij liefelijk noemen, maar Mij niet beminnen.
Mij genadig noemen, maar Mij niet vertrouwen.
En als het dan niet gaat zoals zij zelf willen,
geven ze Mij de schuld.
Onbekend
Deze week nieuw

Deze week nieuw op de site
Laat mij, net als Maarten Luther, een les leren van dokter Mus. Want wie goed kijkt, ziet in deze kleine vogel een wijze en genadige leraar.
Lees hier verder

Spreuk van de week
De Heilige Geest kan je hart met één enkel woord vol maken.
Maarten Luther
Het is heel mooi om het land van de vrede te zien vanaf een beboste heuvelrug, maar het is iets heel anders om de weg die ernaartoe leidt te bewandelen.
Augustinus
Onrust komt voort uit het verlangen om dingen te laten gebeuren zoals wij dat willen, in plaats van zoals God dat wil.
Onbekend
Volg de weg van de wijsheid aangaande wereldse dingen, maar volg niet de wijsheid van de wereld.
Francis Quarles
God wil de hele mens en Hij zal niet rusten voordat Hij ons volledig voor Zich heeft gewonnen. Een deel van de mens is niet genoeg.
A. W. Tozer
Uit het archief van haardstee

Klik op de naam van het artikel om naar de pagina te gaan
Waar het in de hemel om draait
Om over na te denken

Vanaf het achtste jaar van zijn regering – hij was toen nog een jongeman – richtte hij zich naar de God van zijn voorvader David.
2 Kronieken 34:3
____
Laatst zag ik een jonge kunststudent in de National Gallery een schilderij van Turner kopiëren. Hij richtte zijn ogen voortdurend op het doek van de “meester”. Hij schilderde niets wat hij niet eerst had gezien. Hij deed Turner in alles na.
Zo was het ook met Josia. Zijn ogen waren “altijd op de Heer gericht!” Hij bestudeerde de wegen van de Heer, zodat hij die in het dagelijkse leven in praktijk kon brengen. Wijs handelen begint altijd met helder zien.
We zouden dus oneindig veel efficiënter zijn als we ijveriger waren in het zien. Het is nooit tijdverspilling om “naar Jezus te kijken”. Naar Jezus kijken is een absoluut noodzakelijk onderdeel van onze dagelijkse discipline.
En omdat Josia de heiligheid van de Heer in het oog hield, zag hij ook direct de onreinheid van het volk. Hij had een visioen van Gods heilige plaats en daarom zag hij de verontreiniging van de materiële eredienst. En dus staat er geschreven: “In het twaalfde jaar begon hij Juda te zuiveren.” Dat is de volgorde. De hervormer volgt de ziener. We zullen automatisch beginnen de straten van onze eigen stad schoon te vegen wanneer we de heerlijkheden van de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, aandachtig hebben aanschouwd en die pracht op ons hebben laten inwerken.
J.H. Jowett

Door zijn geloof bouwde Noach, toen God hem een aanwijzing had gegeven over wat er stond te gebeuren maar nog voor niemand zichtbaar was, vol ontzag een ark om zijn familie te redden. Zo veroordeelde hij de wereld en viel de gerechtigheid die voortkomt uit geloof hem als erfenis ten deel.
Hebreeën 11:7
_____
Wat een ontroerend en nederig beeld van geloof. Je zou bijna denken dat het doel niet in verhouding stond tot de immense taak die Noach kreeg. Het bouwen van de ark was een gigantisch project, een levenswerk, en toch was het doel ogenschijnlijk klein: de redding van zijn eigen gezin. Slechts een handjevol mensen, terwijl de aarde wemelde van tienduizenden levens. Was zo’n klein resultaat het waard om het geloof van een man te dragen?
En toch… is het leven binnen een eenvoudige familiekring niet juist een heilige plek? Zou het kunnen dat zo’n ogenschijnlijk alledaags tafereel door God wordt gezien als een tempel, een plaats van eredienst?
Mijn ziel, wanneer je je gebeden hebt beëindigd en je overdenkingen zijn verstild, zeg dan niet dat je het huis van God verlaat. Zijn huis gaat met je mee. Je zult beseffen dat zelfs de eenvoudigste plichten in huis een heilig karakter dragen. Je zult voelen: dit is het huis van God, dit is een poort naar de hemel.
Elke taak, elke handeling, elk woord in je dagelijkse leven kan een vorm van gemeenschap met God zijn. Maak jouw huis dus tot Zijn huis. Wijd elk gebaar, elke blik, elk gesprek in je huiselijk leven aan Hem. Bouw jouw eigen ark van liefde en trouw, als toevlucht in de stormen van de gewone dag. Want werkelijk, jouw dagelijkse arbeid in liefde zal geloof heten.
George Matheson.

Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten.
|Lukas 16:19-21
____
Hier wordt een bijzonder verhaal verteld en het wordt verteld door niemand minder dan Jezus zelf. Lazarus stierf en werd naar de hemel gedragen. Uitverkoren, verlost en opnieuw geboren in God ging hij de heerlijkheid binnen. De rijke man stierf ook. Maar die ging naar een andere plek. “In de hel hief hij zijn ogen op, terwijl hij gekweld werd!”
Onze Heer laat ons hier verder kijken dan het graf. Hij geeft ons een kijkje in de wereld van de hel zelf. Hier zijn wat dingen die de rijke man leerde, maar hij leerde ze te laat! Hij leerde ze in de hel.
- De dood beëindigt niet alles. “Als een mens sterft, zal hij dan weer leven?” Inderdaad, dat zullen we. We hebben allemaal een onsterfelijke ziel die eeuwig zal voortleven nadat ons lichaam in het graf is gelegd. Maar waar je voortleeft heeft alles te maken met de keuze die je voor of tegen God maakt in dit aardse leven.
- De hel is een echte plaats, net zo echt als de stad waarin jij nu woont. De Bijbel die ons vertelt over de Hemel en de eeuwige gelukzaligheid van de verlosten, vertelt ons ook over de Hel en de ellende van de mens die God verworpen heeft. De rijke man kwam er te laat achter dat de hel geen mythe is.
- Een heilige God moet de zonde straffen. God is niet alleen liefde maar ook onbuigzaam rechtvaardig en heilig. Iemand moet de prijs voor het onrecht betalen en om ons van die pijn en dat lot te verlossen stortte Hij Zijn toorn over Zijn eniggeboren Zoon uit.
- Christus is de enige weg tot verlossing. De rijkdom, religie en werken van de rijke man waren van geen waarde voor hem. Hij had Christus niet en verloor alles!
- Tenzij een mens zich bekeert, zal hij zeker verloren gaan. In de hel realiseerde deze man zich dat er zonder berouw geen redding is.
Richt je ogen dus op de eeuwigheid. De glorie van het moment, de eer, de roem of het gemak, zijn maar tijdelijk. Deze wereld gaat voorbij maar de mens die de wil van God doet, leeft voor eeuwig.
Naar een artikel van Don Fortner (1950-2020)
Uit het archief van Spurgeon

Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen, die de weg van zondaars niet betreedt, bij spotters niet aan tafel zit, maar vreugde vindt in de wet van de HEER en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.
Psalm 1:1-2
___
De Psalmen beginnen met een beschrijving van de mens die God “gezegend” noemt. Dat is niet een mens die de wereld bewondert vanwege haar rijkdom, roem of macht, maar iemand die zich heeft afgescheiden van het kwaad en verzadigd is met de Schrift.
* De rechtvaardige “wandelt niet in de raad van de goddelozen”. Die legt zijn leven niet langs de maatstaf van de wereldse filosofieën.
* Hij “staat niet op de weg van de zondaars.” Hij houdt zich niet bezig met goddeloze praktijken.
* Hij gaat niet “zitten op de plaats van de spotters”. Hij gniffelt niet mee met de grappen en grollen van hen die God tarten.
De progressie is weloverwogen: eerst lopen, dan staan, dan zitten. De zonde wint geleidelijk aan kracht. Maar de rechtschapen mens keert zich volledig van dat pad af. Hij kiest de smalle weg die naar God leidt. De basis van zijn godsvrucht is innerlijke vreugde: “Zijn vreugde is in de wet van de Heer.” Hij leest het Woord niet alleen uit plichtsbesef, maar koestert het als zijn vreugde. Het is zijn kompas, zijn troost en zijn gids. Hij voedt zich ermee als zijn dagelijks brood. De Schrift is zijn hoofdgerecht. Net als Maria “koestert hij al deze dingen en overpeinst ze.”
En wat is het resultaat? “Hij is als een boom die geplant is bij de waterstromen.” Zijn stabiliteit is niet zijn eigen verdienste, want hij is daar geplant door de soevereine genade van God. Het levende water van Gods Woord voedt hem en hij wordt vruchtbaar. Zijn leven draagt het karakter van Jezus – liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid en alle vruchten van de Geest.
Wat hij ook doet, het gaat hem goed. Niet in werelds gewin, maar in geestelijk succes. Zijn ziel bloeit onder de zegen van God. Dat is de boodschap van Psalm 1.
Uit de schatkist van het verleden

Wie luistert naar de lessen van het leven schaart zich onder de wijzen. Wie zich niet laat terechtwijzen, doet zichzelf tekort, wie berispingen ter harte neemt, wint daarbij. Wie ontzag heeft voor de HEER, wint aan wijsheid, bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
Spreuken 15:31-33
____
Graaf Nikolaus von Zinzendorf (1700 – 1760) was een Duits theoloog die in 1722 een kerk van gelovigen oprichtte die later bekend zouden worden als de Moraviërs die er op uittrokken als zendelingen. Toen Zinzendorf in 1760 stierf, waren er zo’n 300 zendelingen. In 1738 schreef hij zijn beroemde zendingsinstructies die, ofschoon geschreven in de achttiende eeuw, verrassend actueel overkomen. Hij schreef onder meer:
Als je er voor God op uittrekt, wees dan gewaarschuwd voor de volgende verleidingen:
- Wees erop beducht veel tegenstand van de gevestigde kerk te krijgen.
- Geef het niet op als iets niet direct lukt en je geen succes lijkt te hebben.
- Maak je huis niet al te comfortabel, want voordat je het weet vergeet je dat je eigenlijk een reiziger op doorreis bent, een pelgrim onder de volkeren.
- Wees niet bevooroordeeld tegen de ongelovige mensen omdat die noch efficiënt noch vroom zijn en erger je er niet aan hoe slecht ze in het leven staan.
- Wees erop bedacht zelfs niet het kleinste voordeel te zoeken ten koste van je broeders.
- Schrijf geen hele dagboeken vol met de beschrijvingen van je moeilijkheden, zonder uit te wijden over de geweldige trouw van onze Heiland en hoe Hij je heeft geholpen.
- Vergeet nooit dat je met een gelovig hart veel meer kunt doen dan met een hutkoffer vol woorden.
- Maak niet zoveel plannen dat je er uiteindelijk geen enkele van kunt uitvoeren. Doe een paar dingen, maar doe die dingen goed.
- Zorg ervoor, de Verlosser nooit uit het oog te verliezen.
- Laat een ruzie nooit langer dan een dag duren.
- Denk niet dat als je ergens anders was, het allemaal veel beter zou zijn en dat het huidige lot dat God je gegeven heeft, vermeden had kunnen worden.
Korte Anekdotes

De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat wie luistert zeggen: ‘Kom!’ Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.
Openbaring 22:7
____
In de Schotse stad Glasgow kwam een vrouw eens op D.L. Moody af, zichtbaar verward maar met een oprecht verlangen naar het geloof.
“Meneer Moody,” zei ze, “u zegt telkens weer: neem, neem! Maar ik heb naar dat woord gezocht in mijn Bijbel en ik kan het nergens vinden. Is dat eigenlijk wel een Bijbels woord, of is het gewoon iets dat u zelf heeft verzonnen?”
Moody glimlachte, terwijl zijn ogen twinkelden van genegenheid. “De Bijbel is er juist mee verzegeld. Het staat bijna aan het einde van het Boek. Luister maar: ‘En de Geest en de Bruid zeggen: Kom. En laat hij die het hoort zeggen: Kom. En wie dorst heeft, kome. En wie wil, die neme het water des levens om niet.’”
Ze keek hem met grote ogen aan.
“Dat heb ik werkelijk nooit zo gezien,” fluisterde ze. “Is dat… alles wat ik moet doen? Alleen maar nemen?”
Moody knikte zacht. “Dat is echt alles.”
Op dat ene moment vielen de schellen haar van de ogen. Voor het eerst drong het werkelijk tot haar door: geloof is geen prestatie, geen klimmen naar de hemel, maar eenvoudig je lege handen uitstrekken en aanvaarden wat God al lang bereid heeft.
Ze kwam als een zoeker, maar ging als een kind. Verzadigd met het levend water, dat klaarstaat voor ieder die dorst heeft.

Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en Hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft,” zo zegt de Schrift.
Johannes 7:37-38
____
Op een gure, natte dag was ik in Keulen. De regen tikte onophoudelijk tegen de ruiten en terwijl ik uit het raam keek, viel mijn oog op een waterpomp waar mensen ondanks het weer kwamen om water te halen.
Tussen hen viel één man me op. Hij droeg een houten juk over zijn schouders, met aan weerszijden een grote emmer. Zijn blauwe hemd plakte doorweekt aan zijn lichaam, maar dat leek hem niet te deren. Wat me echter het meest opviel, was hoe vaak hij terugkwam. Keer op keer zag ik hem met dezelfde rustige tred naderen en telkens opnieuw vulde hij zijn emmers bij de pomp.
Na verloop van tijd begon het me te dagen. Deze man haalde geen water enkel voor zijn eigen huishouden. Nee, hij was een waterdrager. Hij was iemand die de dorst van anderen kwam lessen. En daarom moest hij steeds opnieuw terugkomen. Vaker dan wie dan ook.
Op dat moment sprak iets in mijn ziel. Ziedaar jouw roeping. Ik kom niet alleen voor mezelf tot Christus, maar ik ben ook geroepen om het levend water met anderen te delen. Dus moet ik vaker komen, dieper drinken en vaker knielen.
Want wie een waterdrager wordt voor anderen, zal nooit genoeg hebben aan één ontmoeting met de Bron. Hij zal steeds opnieuw moeten komen, niet uit tekort, maar uit overvloed. Omdat hij weet: het levende water stroomt niet voor één dorstige, maar voor velen.
Auteur onbekend
Hemels perspectief

Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’
Openbaring 21:4
_____
Het verhaal gaat dat er eens een klein, blij jongetje op de stoep zat dat ondanks de regen opgewekt en helder zong:
Er zal daar geen verdriet zijn,
Er zal daar geen verdriet zijn…
Een man, een vreemdeling met een gebogen houding en een schaduw over zijn gezicht, liep juist langs. Twijfel en verdriet lagen zichtbaar als een last op zijn schouders. Hij bleef staan, keek het kind aan en vroeg met een zucht:
“Zeg eens, mijn jongen… welke plaats zou dat kunnen zijn, waar geen verdriet is?”
Zonder aarzeling antwoordde het kind met stralende ogen:
In de hemel daarboven, waar alles liefde is.
In de hemel daarboven, waar alles liefde is.
De woorden waren eenvoudig, kinderlijk zelfs, maar op dat moment gebruikte de Geest ze als balsem voor het vermoeide hart van de man. In één oogwenk brak er licht door zijn duisternis. De hoop waar hij het bestaan amper nog van wist, werd opnieuw geboren in hem.
Want soms heeft het gepijnigde menselijke hart maar één zin nodig. Eén kinderstem, één hemelse waarheid, en opeens herinnert het hart zich:
Er ís een plaats zonder verdriet.
Een thuis waar alles liefde is.
En de weg ernaartoe begint met het aandachtig luisteren naar de stille, liefdevolle stem die altijd en overal spreekt en te vinden is.
Een glimlach

Toen zag ik een grote witte troon en Hem die daarop zat. De aarde en de hemel vluchtten van Hem weg en verdwenen in het niets. Ik zag de doden, groot en klein, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden.
Openbaring 20:11-12
_____
Een vriend van mij bezocht niet lang geleden een man die op sterven lag. In een oprechte poging om met hem over zijn ziel te spreken, stelde hij de vraag: “Zeg eens, ben je zelf een zondaar?”
De man haalde zijn schouders op. “Nou, nee… ik voel me eigenlijk niet bijzonder slecht.”
“Maar,” zei mijn vriend geduldig, “ik vroeg niet hoe je je vóélt. Ik vroeg: heb je ooit gezondigd?”
De man dacht even na. “Tja, ik kan me niet herinneren dat ik iets héél ernstigs heb misdaan.”
Mijn vriend liet zich niet ontmoedigen. “Laten we het eenvoudig houden. Heb je wel eens, heel eerlijk nu, een slokje te veel genomen?”
De man grinnikte wat. “Dat is misschien weleens gebeurd. Maar ach, de meeste jongens in mijn vak (hij was kroegbaas geweest) doen dat ook. Het hoort er een beetje bij.”
“Maar je zou toch zeggen dat het een zonde is om dronken rond te lopen, of niet soms?”
“Tja… misschien is het niet helemaal zoals het hoort,” gaf hij toe.
“En heb je weleens een leugentje verteld?”
De man schamperde wat. “Tuurlijk. Wie doet dat niet, Ik denk dat ik wat dat betreft gewoon was als de meeste mensen.”
“En Gods naam? Heb je weleens gevloekt als je haast had of ergens tegenaan stootte?”
Hij grinnikte opnieuw. “Natuurlijk. Soms floept er iets uit voordat je er erg in hebt.”
Toen keek mijn vriend hem vriendelijk maar ernstig aan en zei: “We hoeven eigenlijk niet eens verder te gaan. Hier hebben we al drie duidelijke zonden. Wellicht niet heel ernstig vanuit ons menselijk oogpunt, maar toch geen licht in het duister. Stel je nu eens voor dat je voor de rechterstoel van de volmaakte Christus staat, en deze drie dingen worden tegen je ingebracht. Dan heb je, zonder het misschien door te hebben, al meer dan genoeg om schuldig bevonden te worden.” Hij liet een korte stilte vallen. “Maar weet je wat het goede nieuws is?” ging hij toen verder. “Er is Iemand die jouw schuld op Zich heeft genomen. Iemand die zelfs voor die ene druppel te veel, voor die slordige woorden en die achteloze leugentjes gestorven is. Je hoeft het alleen maar toe te geven en het aan Hem te geven.”
“Is dat echt waar?” vroeg de ander kleintjes. “Dan wil ik toch graag toegeven dat ik ook een zondaar ben.”
Dat is grappig

Opa Jan, 84 jaar, zat op een zonnige middag in zijn tuinstoel met de Bijbel open op schoot. Zijn kleinzoon van zes kwam erbij zitten en vroeg:
“Opa, waarom lees je die Bijbel zo vaak?”
Opa glimlachte en zei: “Omdat ik me aan het voorbereiden ben op mijn examen, jongen.”
De jongen trok zijn wenkbrauwen op. “Examen? Maar jij hoeft toch niet meer naar school?”
Opa knipoogde. “Niet voor school, jongen. Voor de hemel. Ik wil namelijk niet dat ik daar aankom en Petrus hoofdschuddend zegt: ‘Jan, Jan … Je had de handleiding wel wat beter kunnen lezen…’

Bonus
Het verhaal van de week op onze verhalen site
Klik hier