Maandag 29 juni 2026
Gebed

Lieve Vader,
Soms begrijp ik Uw wegen niet.
Ik bid, maar de antwoorden blijven uit.
Ik wacht, maar de deur blijft gesloten.
Ik zoek, maar alles lijkt stil.
Toch wil ik U vandaag danken.
Dank U dat Uw liefde niet afhankelijk is van wat ik voel.
Dank U dat U nabij bent, ook wanneer ik U niet zie.
Dank U dat U mijn toekomst kent, zelfs wanneer ik de volgende stap niet kan onderscheiden.
Leer mij om U te vertrouwen wanneer het donker is.
Leer mij om te hopen wanneer ik ontmoedigd ben.
Leer mij om vast te houden aan Uw beloften wanneer mijn hart twijfelt.
En als ik struikel, herinner mij er dan aan dat Uw genade groter is dan mijn zwakheid.
Ik leg mijn zorgen, mijn vragen en mijn toekomst in Uw handen. Want waar ik niet verder kan kijken, ziet U al de weg.
In Jezus’ Naam,
Amen.

Sommige mensen komen even ons leven binnen en gaan weer snel verder.
Sommigen laten onze ziel dansen.
Ze openen onze ogen voor een nieuw verstaan, als een zachte fluistering van wijsheid.
Sommigen maken de wereld om ons heen mooier om te zien.
Ze blijven een tijd, drukken hun sporen in ons hart achter, en wij zijn voor altijd veranderd.
Flavia Weedn

Een man zette elke zondag een extra stoel aan tafel, maar er kwam nooit iemand op zitten. Op een dag vroeg zijn buurman nieuwsgierig: “Waarom zet je altijd die lege stoel neer?”
De man glimlachte. “Die stoel is voor mijn zoon.”
“Je zoon? Ik wist niet dat je een zoon had. Ik heb hem hier nog nooit gezien.”
De glimlach op het gezicht van de man werd zachter. “Hij is al jaren niet meer thuis geweest,” antwoordde hij. “We hebben geen contact. Maar zolang er een stoel voor hem klaarstaat, word ik eraan herinnerd dat hij welkom is.”
De buurman knikte begrijpend. “Mis je hem erg?”
“Elke dag,” zei de vader. “Maar die lege stoel helpt me om voor hem te blijven bidden. Ik vertrouw hem toe aan de Heer, ook wanneer ik niet zie wat God in zijn leven doet.”
Even bleef het stil. Toen vervolgde hij:
“Die stoel herinnert me eraan dat geen enkele weg voor God te lang is en geen enkel hart buiten Zijn bereik ligt. Soms zie ik niets veranderen, maar God werkt vaak op plaatsen waar onze ogen niet kunnen kijken.”
De buurman keek naar de lege stoel en zweeg.
En die stoel bleef staan. Week na week. Als een stille getuige van liefde, hoop en volhardend gebed.
Soms lijkt afwezigheid op stilte, maar op het gebied van geloof is het vaak wachten op wat nog onderweg is.
***

“Er is maar één moment dat werkelijk telt: het heden. Het is het belangrijkste moment, omdat dit het enige is waarop wij enige invloed hebben.”
Leo Tolstoj
***
Om over na te denken

Er bestaat een liefde die je rust geeft, simpelweg doordat je weet dat die er is. Psalm 103:13 laat ons iets zien van die liefde: “Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.” Dat is geen koele, afstandelijke betrokkenheid, maar de warme en trouwe zorg van een Vader die Zijn kinderen werkelijk kent. Hij ziet onze zwakheden, onze mislukkingen en onze angsten. En toch keert Hij Zich niet van ons af, maar komt juist op die momenten van zwakheid naar ons toe. Vandaag worden we uitgenodigd om ons beeld van God door deze waarheid te laten veranderen, en ook de manier waarop we naar onszelf kijken in Zijn aanwezigheid.
***

“Meer dan woorden of daden verleiden gedachten ons om in de zonde door te gaan, omdat gedachten verborgen kunnen worden gehouden, terwijl woorden en daden altijd aan het licht komen.”
Søren Kierkegaard
***

Velen van ons dragen diep van binnen het idee mee dat God overwegend teleurgesteld in ons is. Alsof Hij met gevouwen armen staat te wachten totdat wij eindelijk ons leven op orde hebben. Maar dat beeld klopt niet. Gods hart voor Zijn kinderen wordt niet gekenmerkt door strenge afstandelijkheid, maar door diepe en actieve barmhartigheid. Hij is niet onverschillig tegenover onze strijd met de zonde, onze vermoeidheid of onze verwarring. Hij leeft met ons mee en komt ons tegemoet met genade. Wanneer wij bidden, stappen wij niet eerst een rechtszaal binnen. Wij komen thuis in het huis van onze Vader.
***

“Leven in het besef dat God aanwezig is, is het hoogste en beslissende wapen tegen iedere verleiding.”
François Fénelon
***

God vrezen betekent niet dat we in angst voor Hem wegkruipen. Het betekent dat we Hem met eerbied en ontzag benaderen. We erkennen Zijn heiligheid, Zijn gezag en Zijn oneindige waarde. Spreuken 9:10 zegt dat de vreze voor de Heer het begin van de wijsheid is. Werkelijke wijsheid begint wanneer we beseffen dat God God is en wij dat niet zijn. Hem vrezen betekent, ons hart voor Hem buigen, ophouden Zijn Woord tegen te spreken en ons eigen recht opgeven om zelf te bepalen wat goed en kwaad is.
***

“De verleidingen van de dag verliezen hun macht wanneer de ochtend begint met een ontmoeting met God. De beslissingen die ons werk van ons vraagt, worden eenvoudiger wanneer we ze niet nemen uit angst voor mensen, maar in Gods aanwezigheid. Hij wil ons vandaag de kracht schenken die we nodig hebben voor onze taak.”
Dietrich Bonhoeffer
***

Als God werkelijk met ons omgaat als een liefdevolle Vader, hoeven we niet langer te leven als geestelijke wezen die voortdurend op zoek zijn naar goedkeuring, bang zijn om fouten te maken en zichzelf steeds met anderen vergelijken. Romeinen 8 leert ons dat wij de Geest van aanneming tot kinderen hebben ontvangen, door Wie wij roepen: “Abba, Vader.” Diezelfde Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. Kinderen die weten dat zij geliefd zijn, kunnen hun zonden eerlijk belijden. Zij weten immers dat de deur van het Vaderhuis niet voor hun neus wordt dichtgeslagen. Zij kunnen na een val weer opstaan. Niet omdat zonde onbelangrijk is, maar omdat zij vertrouwen op Gods genade. Hij kent ons immers door en door. Hij weet hoe kwetsbaar wij zijn en vergeet niet dat wij stof zijn.
***

“Heer, maak mij een instrument van Uw vrede.
Waar haat is, laat mij liefde zaaien,
waar onrecht is, vergeving;
waar wanhoop is, hoop;
waar duisternis is, licht
en waar verdriet is, vreugde.
Franciscus van Assisi
***

De manier waarop God met ons omgaat, behoort ook zichtbaar te worden in de manier waarop wij met anderen omgaan. Hoe meer we leven vanuit de tedere barmhartigheid van onze hemelse Vader, des te meer dat ons zal veranderen. Dan kijken we op een andere manier naar zwakke mensen, naar lastige mensen, naar mensen die falen of worstelen met angst. Geliefde kinderen leren liefhebben zoals hun Vader liefheeft.
Schepping

“Toen formeerde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; zo werd de mens tot een levend wezen.”
Genesis 2:7
Een man bezocht een museum waar een van de oudste violen ter wereld werd tentoongesteld. Nieuwsgierig vroeg hij aan de gids: “Wat zou die viool vandaag waard zijn?”
De gids noemde een astronomisch bedrag.
De man schudde zijn hoofd. “Ongelooflijk. Het is uiteindelijk toch gewoon een stuk hout met wat snaren?”
De gids glimlachte. “Dat klopt. Maar het bijzondere is niet alleen waaruit hij gemaakt is. Het bijzondere is wat ermee gedaan kan worden.”
Die opmerking bleef de man bij.
Onderweg naar huis keek hij naar zijn eigen hand. Botten, spieren, pezen, huid. Op zichzelf ook niet meer dan materiaal uit de aarde. Maar met die hand kon hij een kind troosten, een brief schrijven, een vriend helpen, een maaltijd bereiden of God loven.
Plotseling drong iets tot hem door.
Wij verwonderen ons over een viool die muziek kan voortbrengen, maar staan zelden stil bij het wonder van een mens die kan denken, liefhebben, scheppen, lachen en bidden. De grootste wonderen van de schepping zijn soms niet de dingen die we zien, maar de dingen die we geworden zijn.
Want stof kan niet liefhebben.
…Tenzij God er leven in blaast.
***

Genoegens, verlangens en wensen… Vaak nemen we genoegen met minder dan God voor ons bedoeld heeft. We laten ons afleiden door vervormingen van de waarheid, terwijl ware vreugde gevonden wordt in Hem en in Zijn bedoeling met ons leven.
C.S. Lewis zegt daarover: “Het lijkt erop dat onze Heer onze verlangens niet te sterk vindt, maar juist te zwak. Wij zijn halfhartige schepselen die zich bezighouden met drank, seks en ambitie, terwijl ons een oneindige vreugde wordt aangeboden. We lijken op een onwetend kind dat liever moddertaartjes maakt in een achterbuurt, omdat het zich niet kan voorstellen wat er bedoeld wordt met het aanbod van een vakantie aan zee. Wij nemen veel te gemakkelijk genoegen met veel te weinig.”
A.Warnock
***
Hemels perspectief

Een jonge vrouw zat in de trein en keek uit het raam terwijl het landschap voorbijschoot. Steden werden weilanden, weilanden werden bossen en alles leek echt, maar toch ook tijdelijk.
Naast haar zat een oudere man die zag dat ze keek en hij knoopte een praatje met haar aan.
“Toch bijzonder,” zei de vrouw. “Alles schiet voorbij maar echt zien doe ik het niet.”
De man knikte van ja en zei: “Net als in het leven. Alles schiet voorbij, maar de meeste mensen zien het niet echt en hebben er eigenlijk geen idee van hoe het eindpunt er uit zal zien.”
“Het eindpunt?”
De man keek haar nadenkend aan. “Ik denk dat er een plan is. Volgens mij leven we niet zomaar. Ik geloof in een bestemming.”
“Een bestemming? Heeft u het misschien over de hemel? Dat idee is veel te ver weg voor mij.”
Hij glimlachte. “Dat geloof ik niet. Wat mij betreft is de hemel meer zoals de zon boven ons. Die kun je niet vasthouden, maar hij laat wel alles hier beneden zien.”
De trein ging net een tunnel in en het werd donker.
“En als je de zon niet ziet?” vroeg ze.
Hij keek vooruit in de duisternis. “Die schijnt nog steeds buiten de tunnel. Ook al zie je hem niet, toch weet je dat je onderweg bent.”
Toen ze weer het licht in reden, leek het landschap hetzelfde, maar iets in haar blik was veranderd.
***

De christelijke omgang met God in stilte is niet iets esoterisch of gevaarlijks. Het is eenvoudigweg de ervaring van God die wordt geschonken aan een ziel die gezuiverd is door nederigheid en geloof.
Thomas Merton
***
Een glimlach

Jarenlang bad een oudere koster om opwekking in zijn kleine gemeente. Elke zondag was hij als eerste aanwezig. Hij opende de deuren, legde de liedboeken recht en knielde vervolgens in stilte neer in de voorste bank.
Daar bad hij steeds hetzelfde gebed: “Heer, wilt U nieuw leven geven aan deze gemeente?”
Maar er leek weinig te veranderen. De kerk bleef klein. De bidstonden werden maar door een handjevol mensen bezocht.
Toen overleed de koster, na bijna twintig jaar trouw voor dezelfde zaak te hebben gebeden. Tijdens zijn begrafenis stond een jonge predikant op om iets te vertellen wat bijna niemand wist.
“Toen ik zestien was,” zei hij, “liep ik op een avond deze kerk binnen. Ik zat diep in de put en wist niet waar ik antwoorden moest vinden. Hier trof ik een oudere man aan die alleen zat te bidden. Hij nam de tijd om met mij over Jezus te spreken. Dat gesprek veranderde mijn leven.”
Even viel het stil.
“Tegenwoordig mag ik drie gemeenten dienen als predikant en heb ik honderden mensen over Jezus mogen vertellen. Het begon allemaal met die ene ontmoeting.”
De aanwezigen keken elkaar aan. Opeens beseften ze iets. De koster had jarenlang om opwekking gebeden, zonder te weten dat God zijn gebed al aan het beantwoorden was. Soms werkt God allang achter de schermen, terwijl wij denken dat er niets gebeurt.
***

God schenkt ons wat we nodig hebben, ook als het niet altijd is wat we verlangen.
Satan houdt ons juist voor wat we verlangen, maar nooit wat we werkelijk nodig hebben.
***
Dat is grappig

Een man klopt aan op de hemelpoort en wil graag naar binnen. Petrus doet de poort open en kijkt hem verbaasd aan. “Karel… Ik wist niet dat het je tijd al was. Dat er zelfs voor jou plaats in de hemel is… Ik verbaas me er iedere keer weer over hoe genadevol onze Heer is,”
“Hoezo?” vraagt Karel. “Ik heb de Redder toch zeker aangenomen?”
“Klopt,” antwoordt Petrus, “maar wees eerlijk, je hebt nooit, maar dan ook nooit iets goeds voor je medemens gedaan. Zo leven we hier niet, dus het zal hier voor jou wel even wennen worden.”
“Nooit iets goeds?” antwoordt Karel. “Dat is niet waar.”
Petrus haalt zijn schouders op, fronst zijn wenkbrauwen en zegt: “Nou, mij is anders niets bekend over ook maar een enkele onbaatzuchtige daad van jouw kant.”
“Wat denk je dan van die keer op de snelweg?” antwoordt Karel verontwaardigd.
“Welke keer?” vraagt Petrus.
“Nou, toen ik op de snelweg reed en die groep motorrijders zag die een arm meisje lastigvielen. Ik stopte toen direct om te zien wat er aan de hand was, en ja hoor, zo’n 20 van die lui maakten dat arme schaap bang. Woedend stapte ik uit mijn auto, pakte een bandenlichter uit mijn kofferbak en liep recht op de leider van de bende af. Dat was een enorme vent met een leren jack vol spijkers en een ketting die van zijn neus naar zijn oor liep. Toen ik naar hem toeliep ging de bende in een kring om me heen staan. Maar dat weerhield me niet. Ik rukte dus die ketting van het gezicht van die leider af en stond daar dreigend te zwaaien met de bandenlichter, klaar om toe te slaan. Toen schreeuwde ik met overslaande stem dat ze dat meisje direct met rust moesten laten. ‘Laat dit arme, onschuldige schaap met rust! Jullie zijn een stelletje zieke, gestoorde beesten! Ga naar huis voordat ik jullie allemaal een lesje leer dat jullie niet snel zullen vergeten!’”
Petrus leek onder de indruk en zei: “Echt waar? Dit is mij niet bekend. Wanneer is dit gebeurd?”
Karel schraapte zijn keel en zei toen, een beetje bedremmeld: “Eh, ongeveer twee minuten geleden. Zo ben ik hier gekomen.”
_____