Maandag 19 januari 2026

 

 

Gebed

Heer Jezus,
De wereld is soms zo donker en vol pijn en moeite.
Toch heeft U de wereld overwonnen en mag ik op U bouwen.
Ook al woeden er stormen en begrijp ik de weg niet altijd
Toch kent U mij volledig en loopt U naast me.
U voelt mijn pijn, ook als ik die niet altijd kan uitspreken.
Uw mededogen tilt mij op wanneer ik zwak ben.
Uw glimlach warmt mijn bezorgde hart.
Geef mij de kracht om vol te houden,
De hoop om door te gaan
en te vertrouwen op Uw plan.
Help mij om Uw handen en voeten te zijn,
En zo troost te brengen aan anderen,
|Uw liefde te delen in kleine daden.
Geef mij kracht, niet alleen in vreugde,
maar in trouw door alle beproevingen heen,
zodat Uw liefde door mij zichtbaar wordt.
Amen.

***
Bidden is wanneer je met God praat, meditatie is wanneer je naar God luistert.
***

 Elke dag draagt redenen in zich om Mij te prijzen.
Soms zijn ze helder en duidelijk, soms verborgen in schaduw.
Soms buitengewoon en soms ook alledaags,
maar zelfs wat als moeite voelt, nodigt uit tot dankbaarheid.
Wees in alles dankbaar,
want in alles ben Ik aan het werk.
Wanneer de weg donker lijkt heb Ik nog steeds de leiding,
niets valt buiten Mijn liefdevolle plan.
Hoe meer je Mijn hand herkent en Mij dankt,
des te meer vreugde en bezieling er in je zullen groeien.
Dan zal Mijn Geest in je woorden, je werk en je keuzen doorklinken
en door jou heen zal die vreugde anderen raken.

***
Uw woord is een stralend licht, dat mij de weg door het leven wijst.
Psalm 119:105

***

De ongelovige man was het zat dat zijn collega op het werk steeds maar over die grote God praatte en voortdurend in zijn Bijbeltje las. Hij besloot de goede man eens uit de droom te helpen en stopte hem de volgende dag een zogenaamd wetenschappelijke verhandeling over de onzin van de Bijbel in de hand. “Kerel, dit boek moet je lezen. Dit toont je de weg en de waarheid,” smaalde hij.

De Christen nam het beleefd aan en beloofde het te bestuderen, maar gaf het de volgende dag al terug.

“En?” vroeg de ongelovige man, “goed, nietwaar?”

De Christen schudde zijn hoofd. “Als je iets voor me te lezen hebt dat beter is dan de Bergrede, betekenisvoller dan het verhaal van de Verloren Zoon of dieper dan de Barmhartige Samaritaan, als je iets hebt met een betere moraal dan de Tien Geboden, of het leven van Jezus Christus, iets wat meer troost biedt dan de Psalmen of me beter kan uitleggen wat er in de toekomst gaat gebeuren, dan lees ik het graag.

Maar verder hoef je geen moeite meer te doen.”

Deze week nieuw op de site:

“Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u.”

Jezus sprak Zijn belofte van vrede uit, vlak voordat de ultieme storm zou losbarsten. Hij stond op het punt verraden, gearresteerd en gekruisigd te worden, en toch sprak Hij over het achterlaten van Zijn vrede voor Zijn discipelen.
Lees hier verder

Om over na te denken

Wij kennen Jezus als de grote Hogepriester die zegenend door het land trok. Hij strekte Zijn handen uit naar de mensen om Zich heen en liet daarmee zien dat Hij er altijd voor hen zou zijn en bij hen zou blijven, tot het einde van de wereld. Zo hebben wij Hem leren kennen.

Maar wie de Meester volgt, leert ook Zijn weg te gaan. Daarom laat de Bijbel zien dat ook wij geroepen zijn om door de wereld te gaan als mensen die zegen brengen en hun handen uitstrekken naar anderen.

God geeft ons de vrijmoedigheid om te delen uit Zijn overvloed. We mogen Zijn schatkamers binnengaan en daar met handenvol tegelijk kostbare gaven ontvangen; juwelen die we niet voor onszelf houden, maar die we mogen doorgeven aan anderen.

Zo kan ieder van ons een zegen zijn voor de mensen die we ontmoeten. Omdat we toegang hebben tot het huis van God en Hij ons bekleedt met het gewaad van Zijn gerechtigheid, mogen we zichtbaar maken hoe groot Zijn liefde is en hoe Zijn Geest werkt. Wie zegen zaait, zal ook zegen oogsten.

***

Wij zijn geen zondaars omdat wij zondigen; wij zondigen omdat wij zondaars zijn.
R.C. Sproul

****

“Je hebt het zwaar,” zei iemand tegen de vrouw die net haar man verloren was. “Het spijt me zo voor je, ik begrijp dat je dagen overschaduwd worden door grote, donkere wolken.”

“Dat klopt,” antwoordde de vrouw. “De wolken zijn duister en zwart, maar weet je dat ik er ook veel troost uit haal?”

De man keek verbaasd. “Hoe kan dat nou?”

“Als het heel donker is en ik bijna overmand word door mijn verdriet, dan ga ik naar het raam en kijk ik naar de wolken die voorbijdrijven. Als ik dan een bijzonder donkere wolk zie denk ik aan de woorden uit de Bijbel: ‘Nadat Hij dit gezegd had, zagen de discipelen hoe Jezus omhoog ging in de lucht tot een wolk hem aan het gezicht onttrok.’ Dan stel ik me voor dat de wolk die ik zie, de wolk is die Jezus aan het gezicht onttrok en dat Hij erachter klaar staat om me te troosten en te helpen. Er is dus troost in de donkerste wolk.”

***

Wij zijn geroepen om wonden te helen, te verenigen wat uit elkaar gevallen is, en hen die de weg zijn kwijtgeraakt weer thuis te brengen.

***

De levende God (Daniel 6:21)
Hoe dikwijls lezen we niet over de levende God in de Schrift, en toch zijn we zo geneigd juist deze waarheid uit het oog te verliezen. Het is mooi om te lezen over “de levende God” maar in ons dagelijks leven vergeten we dat weer al te snel. Sta hier eens even bij stil: “God is nog steeds dezelfde van drie- of vierduizend jaar geleden. Hij heeft nog steeds dezelfde soevereine macht, dezelfde reddende liefde jegens hen die Hem liefhebben, en Hij kan voor ons dezelfde dingen doen die Hij twee-, drie-, vierduizend jaar geleden voor anderen deed. En waarom? Omdat Hij de levende God is, de Onveranderlijke. Wat een wonder, wat een zegen dat wij ons daar aan mogen vasthouden. Ook in onze donkerste ogenblikken mogen wij ons aan Hem vasthouden, want Hij is nog steeds de levende God en zal dat ook altijd zijn.
George Müller

Verdrukking komt tot ons allen, maar nooit met het doel ons bedroefd te maken. Niet om ons te vervullen met zelfmedelijden maar om wijsheid te schenken; niet om ons moedeloos te maken door de verstikkende duisternis, maar juist om ons te verkwikken zoals ook de nacht de dag verkwikt. Tegenslag en pijn zijn er niet om ons te verarmen, maar juist om ons te verrijken, zoals de ploeg de akker verrijkt. Net zoals de bloemen uit het zaad zich vele malen vermenigvuldigen, worden ook onze vreugde en diepgang er vele malen door vermenigvuldigd.
Henry Ward Beecher

Uit de schatkist van het verleden

In de Eerste Wereldoorlog werd een Franse soldaat door vijandelijk vuur getroffen. Zwaargewond viel hij neer; vlak voor de Franse loopgraven. Daar, onbeschermd tegen het oorlogsgeweld te midden van de rondvliegende kogels, schreeuwde de man van angst. Een jonge soldaat aarzelde geen moment, klom de loopgraaf uit en verzorgde de man zo goed als hij kon. Daarna legde hij zich naast de kermende man neer, in de hoop dat er een moment van stilte zou komen waarop hij samen met de gewonde man terug kon kruipen naar de veilige loopgraaf. Hij fluisterde geruststellend: “Wees maar niet bang. Ik lig tussen jou en de kogels in. Voordat ze bij jou komen moeten ze eerst mij nog voorbij.”

Zo staat ook Jezus tussen ons en het kwaad in. Het moet eerst langs Jezus voordat het bij ons kan komen.

***

“Er is maar één God en er is maar één bemiddelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus, die voor die bemiddeling zijn leven gegeven heeft.
1Timotheüs 2:5

***

 Een glimlach

In Japan kent men het symbool van een trommel waarin een vogeltje een nest heeft gemaakt. Dat symbool is ontstaan naar aanleiding van een oude legende. Het verhaal gaat, dat er eens een goede koning leefde die zo bezorgd was over het welzijn van zijn volk, dat hij bij de paleispoort een trommel plaatste. Wie een onrecht te herstellen had of gebrek kende, moest daar op slaan. Dan zou de koning deze persoon meteen audiëntie verlenen en hem helpen bij het probleem, of het nu overdag was of in de nacht. Al snel heerste er in het gehele land enorme welvaart en iedereen was zo tevreden dat niemand ergens om hoefde te vragen. Er werd nooit meer op de trommel geslagen. Dus besloten de vogels dat het een prima plaats was om er hun nesten te bouwen en zo vulden ze hem met de muziek van hun gezang. Zulke genadige toegang wordt ons ook verleend door de Koning van de Hemel. Dag en nacht verleent Hij ons audiëntie en luistert Hij naar onze vragen. Zijn hulp is altijd binnen handbereik en als wij dat echt durven geloven, vinden wij een zegen, zo rijk en zo diep dat wij ons kunnen koesteren in de vrede die alle verstand te boven gaat. Onze soms zo gespannen gebeden maken dan plaats voor een houding van onophoudelijke lofprijzing. Dan verheugen we ons altijd in de Heer.

***
Wees blij in de Here. Ik zeg het nog eens: verheug u in Hem!
Filippenzen 4:4
***

Een gelovige man luisterde eens naar een prachtig lied dat tijdens een concert gezongen werd door een jonge dame. De warmte van haar stem en de manier waarop ze de hoge tonen bijna perfect zong, raakten hem diep. Na afloop liep hij op haar af en vroeg haar of ze misschien in God geloofde en de Redder toebehoorde. Het lied had hem tenslotte hemels in de oren geklonken. Haar antwoord bedroefde hem zeer. “In God? Nee, ik heb helemaal niets met het geloof.”

De man dacht even na en zei toen: “Dan heb ik een vraag voor u.”

De vrouw keek hem aan. “Vraagt u maar.”

“Wat gaat u met die stem doen in de eeuwigheid? U gaat uw stem toch zeker niet gebruiken om de klaagliederen van de verlorenen te zingen?”

Een jaar later kwam die vrouw tot het geloof en zei: “Het was die vraag die mijn hele denkwereld heeft opgeschud. Eerst zong ik voor mezelf. Nu zing ik voor God en weet ik waar ik in de eeuwigheid ga zingen. Wat ben ik blij dat die man me dat vroeg.”

***
Goede en toepasselijke woorden zijn als gouden appels op zilveren schalen.
Spreuken 25:11
***

Er was eens een ongelovige man die zich tot doel had gesteld het geloof van een arm vrouwtje te ondermijnen. “Marietje,” zei hij, quasi vriendelijk. “Dat geloof van jou rammelt aan alle kanten. Hoe kun je nou geloven in iets dat je niet eens kunt zien? En als God zo goed is, had hij toch wel wat beter voor je kunnen zorgen? Je bent tenslotte zo arm als een kerkmuis.”

“Hij zorgt heel goed voor me, mijnheer,” antwoordde het vrouwtje vol overtuiging. “Dat doet Hij door de Bijbel. Het Woord is alles. Het staat vol beloftes en inspiratie… al mijn kracht ligt in het Woord van God. Dat helpt me om God te beter te kennen.”

“De Bijbel?” De man schudde minachtend zijn hoofd en had toen een idee. “Luister,” zei hij, “Ik geef je tien gulden als je mij die Bijbel geeft. Laat mij maar eens zien of je ook op eigen benen kunt staan zonder al die verzinsels uit dat boek. Zoveel heeft dat boek tenslotte niet voor je gedaan.”

“Nee hoor,” antwoordde de vrouw. “Dat doe ik niet.”

Maar de ongelovige man gaf het nog niet op. “Marietje, luister… Ik zal het goed met je maken. Ik geef je twintig gulden voor dat boek.”

De ogen van Marietje werden groot. Twintig gulden? Daar zou ze een hele week van kunnen leven. Maar toen schudde ze beslist haar hoofd. “Daar komt niets van in. Doe ik niet.”

“Dertig gulden dan?”

“Nee.”

“Veertig?”

Maar telkens was Marietjes antwoord hetzelfde. Uiteindelijk knarste de man boos met zijn tanden en kwam er een gefrustreerd gehijg uit zijn keel. “Laatste kans, Marietje… Zestig gulden. Mijn laatste bod.”

Er gleed een tevreden glimlach over het gezicht van Marietje. “Vooruit dan maar,” zei ze. “De aanhouder wint.” En zo gaf ze haar Bijbeltje aan de ongelovige man. Die lachte listig en gaf haar de bankbiljetten. Marietje telde het geld goed na en liep toen meteen naar de boekwinkel waar ze tien nieuwe Bijbels kocht, een voor haar zelf en de andere negen gaf ze aan andere mensen in haar omgeving.

***

God heeft juist wat voor de wereld dwaas is, uitgekozen om hen die zichzelf zo wijs vinden, terecht te wijzen. Hij heeft de zwakken van de wereld uitgekozen om de sterken te beschamen.
1 Corinthiërs 1:27

Hemels perspectief

Toen kleine Emma op zesjarige leeftijd overleed, waren haar ouders ontroostbaar. Op een avond bad haar moeder stilletjes. Terwijl de tranen over haar wangen rolden vroeg ze God om een glimp van hoop. Plots voelde ze een zachte warmte en hoorde ze een tedere, speelse fluistering, alsof een stem op de wind werd meegevoerd: “Mama, kijk!”

Met gesloten ogen zag ze een prachtig beeld van Emma die huppelend door een tuin van schitterend licht liep. Gouden bloemen streelden haar vingertoppen en haar gelach verwarmde moeders hart als de zonneschijn. Emma zwaaide, haar ogen straalden. “Het is nog mooier dan je je kunt voorstellen,” leek de stem te zeggen, “en het gaat goed met me.”

Haar moeder voelde diepe vrede en hoewel ze het niet logisch kon verklaren wist ze heel zeker dat de hemel niet zomaar een verhaal was, maar een echte, levende plaats vol liefde en schoonheid waar ze nu al van kon genieten in gebed.

Dat is grappig

De rijke, doch zelfzuchtige Wilbertus wist dat hij niet lang meer te leven had en dat zat hem behoorlijk dwars.

“Ik kan mijn geld toch niet zomaar achterlaten? Ik heb er verschrikkelijk hard voor gewerkt en dan moet ik alles zeker nalaten aan die nietsnutten van kinderen van mij. Mij niet gezien.”

Zijn vrouw stelde voor dat hij het zou bespreken met de dominee. “Die is een man van God en die staat op goede voet met de Almachtige. Die kan wellicht uitkomst bieden.”

Dat vond Wilbertus een goed idee en hij maakte meteen een afspraak. Nadat de dominee het dilemma van Wilbertus had aangehoord keek hij peinzend voor zich uit en zei tenslotte: “Je stopt al je goud gewoon in twee grote plunjezakken. Die zet je klaar op zolder en als de engelen dan komen om je mee naar de hemel te nemen, grijp je ze vast terwijl je omhoog zweeft. Dan kun je de zakken laten zien bij de hemelpoort en kun je het daarboven zelf allemaal uitleggen.”

Dat leek Wilbertus een prima plan en zo kwam het dat er vanaf die dag twee grote zakken met goud klaarstonden op zolder.

En inderdaad, Wilbertus hield het niet lang meer vol en kwam een week later te overlijden. Zijn vrouw, toch wel nieuwsgierig naar wat er met het goud was gebeurd, trok na de begrafenis de Vlizotrap naar beneden en klom de zolder op. De twee zakken stonden er nog precies zoals Wilbertus ze daar had neergezet.

Zijn vrouw schudde bedroefd haar hoofd en mompelde: “Wilbertus, Wilbertus… Je wilde nooit naar me luisteren. Ik had je nog zó gezegd dat die twee zakken niet op zolder moesten staan maar in de kelder.”

____

Laat een bericht achter:

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees de nieuwe Oppepper

Thuis of op je werk, een Oppepper maakt je sterk

Klik hier