Maandag 16 maart 2026
Gebed

Leid mij voorwaarts, o vriendelijk Licht,
te midden van de omringende duisternis.
Leid me voort! O, leid me voort!
Het is waar, de nacht is donker
en ik ben zo ver van huis,
maar houd mij stevig vast;
ik vraag niet ver vooruit te zien,
één stap is mij genoeg.
John H. Newman (1801 – 1890)

De vijand lijkt sterk en machtig als een sprinkhanenplaag die op ons afkomt. Vrees maar niet, want één zucht van de Almachtige is genoeg om de vijanden te verstrooien als kaf voor de wervelwind. Geef ons hulp bij onze moeilijkheden Heer, want ijdel is de hulp van mensen. “De strijd is niet van ons, maar van God.”
John Ross MacDuf

Ik hoorde eens het verhaal van een moeder die wel in God geloofde, maar er niet veel aan had. Het geloof hielp haar niet, want ze maakte zich druk over van alles en nog wat en de vrede die alle verstand te boven zou moeten gaan was schrijnend afwezig in haar leven. Volgens haar zoon was er geen land met haar te bezeilen. Ze was als die oude dame die zei: “Ik heb een zwaar leven gehad. Als je eens wist wat ik heb moeten doormaken… vreselijk. Maar als ik heel eerlijk ben zal ik moeten toegeven dat ik het meest heb geleden van alle problemen die niet eens gekomen zijn.”
Maar op een goede dag verscheen de moeder aan het ontbijt met een stralend gezicht. Dat was nog nooit gebeurd. Haar zoon vroeg haar verbaasd waarom ze zo blij en rustig was.
“Ik had een droom,” antwoordde de moeder. “Ik liep over een snelweg, samen met een heleboel andere mensen. Iedereen was bedrukt en vermoeid, want wij droegen allemaal een zware last. Toen ik beter keek zag ik dat er boven ons hele nare, enge gedrochten zweefden die steeds probeerden om nog meer rommel op onze schouders te plaatsen. Zo was het ook bij mij. De last werd steeds maar zwaarder en ik ging er bijna onderdoor. Toen zag ik opeens een Man, met een liefdevol, zachtmoedig gezicht die iedereen probeerde te helpen en te troosten. Toen Hij bij me in de buurt kwam zag ik opeens dat Hij de Heiland was en begon ik te huilen. “Ik ben zo moe, Heer… Ik kan niet meer.”
“Mijn lieve kind,” antwoordde Hij, “Die lasten die je draagt zijn niet van Mij afkomstig. Je hebt ze niet nodig. Het zijn de lasten van de duivel en ze maken je leven kapot. Gooi ze van je schouders af en weiger om ze met ook maar een vinger aan te raken. Dan zul je zien dat je kunt vliegen met vleugels als van een adelaar.”
In de droom raakte Hij haar hand aan en een hemelse vrede stroomde haar leven binnen. Toen werd ze wakker.
Die dag veranderde haar leven en werd ze een van de vrolijkste, blijmoedigste mensen in de omtrek.
Schrijver onbekend
Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven.
Mattheüs 11:28
***
Om over na te denken

De HEERE is goed, een vesting op de dag van benauwdheid; Hij kent hen die tot Hem hun toevlucht nemen.
Nahum 1:7
Nahum schreef deze woorden in een tijd van dreigend oordeel en wereldwijde angst. Hele wereldrijken dreunden op hun grondvesten, geweld en afgoderij namen toe en een gelovige kon zich gemakkelijk voelen als een nietszeggende pion op het schaakbord van iemand anders. Maar daar staat dat prachtige woord van God, dat straalt als het licht van een vuurtoren in het midden van een orkaan: de Heer is niet alleen rechtvaardig, maar Hij is goed. Hij is een veilige plaats wanneer alles om ons heen wankelt. Gods Woord probeert ons ervan te overtuigen dat wanneer de dagen donker zijn, we juist naar God toe moeten rennen in plaats van bij Hem vandaan, iets wat het ongeloof doet.
***
“Angst zal altijd op je deur kloppen. Nodig haar alleen niet uit om te blijven eten. En, om ’s hemels wil, bied haar zeker geen bed voor de nacht aan.”
Max Lucado
***

Tegen elk kwaad zal de Heer je beschermen. Hij bewaart je leven. De Heer zal je beschermen waar je ook bent, waar je ook gaat, nu en voor altijd.
Psalm 121:7-8
De Heer geeft ons een allesomvattende belofte: de Heer Zelf waakt als een wachter over je leven. Hij beschermt je tegen het kwaad en bewaart wie je werkelijk bent, en dat op het diepste niveau. De belofte ontkent niet dat er stormen zullen komen of dat pijn echt is. In plaats daarvan trekt hij het gordijn van de verborgen wereld open en laat je zien dat er bij elke beproeving en op ieder moment van angst een trouwe God is die weigert om je ziel uit Zijn handen te laten glippen.
***
“Want wat is geloof anders dan geloven in wat je niet ziet?”
Augustinus

Want nadat Hij uit de dood was opgestaan, liet Hij zich nog vaak aan de leerlingen zien. Pas na 40 dagen ging Hij naar de hemel.
Handelingen 1:3
Waarom pas na 40 dagen? De missie van Jezus zat er na de opstanding toch op? Nee, de Herder ging pas hemelwaarts toen Hij alles goed kon achterlaten. Dit verblijf van veertig dagen is het ultieme bewijs van Christus’ tedere zorg voor Zijn kleine kudde. Hij die Zijn leven voor hen heeft afgelegd, verlaat hen niet graag. Hoewel zij Hem hadden verlaten en aan Hem getwijfeld hadden, was Zijn liefde voor de zijnen niet uitgedoofd. Jezus bleef om naar hen te kijken en hen te zegenen. Het hoorde allemaal bij Zijn liefde voor Zijn kinderen. Hij kwam hen tegemoet zonder een zweem van berisping, zonder een beschamende herinnering op te roepen aan al Zijn bittere lijden. Integendeel, Hij openbaarde zich aan de discipelen met een onbeschrijflijk mooie tederheid en zegen.
Hoe kon Hij gaan alvorens Hij het gebroken hart van Magdalena had genezen? Hij moest blijven om Petrus te tonen dat er ook voor hem vergeving was. Het geloof van Thomas moest versterkt worden en alleen door keer op keer weer aan Zijn volgelingen te verschijnen kon Hij hen laten voelen dat Hij nog steeds dezelfde vriendelijke, broederlijke Jezus was die Hij altijd voor hen was geweest. Hij is de Jezus die voor hen zorgde, hen met smachtend medelijden gadesloeg, zich bukte om een vuur te maken om een visje te roosteren voor hun maaltijd en hen dan uitnodigde om te komen eten. En die Jezus is ook onze Herder die met ons meegaat op onze soms zo stoffige paden.
Mark Guy Pearse
***
Je zegt dat je het Evangelie gelooft, maar je leven laat zien dat je er eigenlijk niets mee op hebt
Thomas Wilson
Uit de schatkist van het verleden
Wellicht heb je nog nooit gehoord van Imam Shamil. Hij leefde van 1797 tot 1871 en was de politieke, militaire en geestelijke leider van het Kaukasische verzet tegen het keizerlijke Rusland in de jaren 1800. Ofschoon hij geen Christen was, bestaat er toch een anekdote over zijn leven die de moeite waard is om te onthouden. Hij was geen gemakkelijke man en duldde geen enkele tegenspraak. Zo vaardigde hij eens een wet uit waarvoor, als die overtreden werd, een straf van honderd zweepslagen zou worden gegeven. De eerste die de wet overtrad was zijn eigen moeder en als leider van het land kon hij niet anders dan zijn moeder aan de zweepslagen onderwerpen. Zo kwam het dat zijn moeder ten aanzien van het hele volk gestraft werd. Maar na de vijfde zweepslag kon hij de aanblik niet langer verdragen en schreeuwde hij: “Stop er mee. Houd onmiddellijk op.” Toen ontblootte hij zijn bovenlichaam en nam hij de plaats van zijn moeder in en beval hij de beul om hem de overige 95 zweepslagen te geven. Jezus ging nog verder en droeg alle zweepslagen.

“Er is niet genoeg duisternis in de hele wereld om het licht van zelfs maar één klein kaarsje te doven.”
Robert Alden
***
Uit het archief van Spurgeon
Wat waren de Schriftgeleerden boos op Jezus. Ze zeiden vol onbegrip: “Deze Man ontvangt zondaars.” Maar wat ze weigerden te zien is dat Jezus niet met deze mensen omging omdat Hij het zo leuk vond om met zondaars om te gaan, maar dat Hij hen ontving opdat Hij hun zonden kon vergeven.
Zoals Jezus elders zei: “Zij die gezond zijn hebben geen arts nodig.” Jezus rechtvaardigt en reinigt ons door Zijn machtige woord, en bewaart ons dan door de inwoning van de Heilige Geest, wat ons in staat stelt Hem te dienen, Zijn lof te tonen en gemeenschap met Hem te hebben.
Hij is trouw: vertrouw Hem maar. Hij zal ons nooit bedriegen: vertrouw Hem maar. Hij zal ons nooit verlaten: vertrouw Hem maar.
Een glimlach
Hij is de Heer van hemel en aarde. Hij woont niet in tempels die door mensen zijn gemaakt. Hij laat zich ook niet door mensen dienen omdat Hij Zelf iets nodig heeft. Want Hijzelf geeft aan iedereen leven en adem en alles.
Handelingen 17:24-25
Misschien heeft God ons niet nodig vanuit een Aards perspectief gezien. Wat kunnen wij Hem geven dat Hij nog niet heeft? Het gaat er om of Hij ons wil. Dat is de vraag die ik Dr. Parker eens hoorde stellen toen hij over deze woorden preekte. Hij nam een handvol bloemen die hij op de preekstoel had liggen en zei: “Deze bloemen werden voor mij verzameld door kleine, liefdevolle handjes in een laan ergens hier in de buurt. Had ik ze nodig? Nee. Wilde ik ze hebben? Ja, heel graag.”
Je kleine dochtertje kuste je voordat je vanmorgen naar je werk ging. Had je die kus nodig? Ik denk dat je het antwoord wel weet. De Almachtige heeft onze dienst misschien niet nodig, maar onze liefde voor Hem brengt Hem vreugde. Wij zijn Zijn nakomelingen. Onze Vader geniet van de liefde van Zijn kinderen. De Verlosser zei tegen een Samaritaanse vrouw: “Geef Mij te drinken.” Hij had een engel kunnen aanroepen die Hem direct verfrist zou hebben, maar Hij vroeg het aan een eenvoudige, gebroken vrouw. Denk daar eens over na. Misschien ligt het binnen ons bereik om het hart van onze Heer te verfrissen. Misschien kunnen we Hem te drinken geven uit de bron van onze genegenheid en zal Zijn ziel zich verlustigen in onze dienst. Dat is een heilig voorrecht.
J.H. Jowett (1863-1923)
Een boer beloofde de Heer één van de twee kalfjes te geven die zijn koe had gekregen.
Zijn vrouw vroeg: “Welke van de twee is voor de Heer?”
Hij antwoordde: “Het maakt eigenlijk niet uit welk kalf van wie is. Als ze wat groter zijn, geef ik er wel één aan God.”
Een paar weken later kwam hij het huis binnen met een somber gezicht.
Zijn vrouw vroeg: “Wat is er gebeurd?”
Hij zei: “Het kalf van de Heer is vanmorgen gestorven.”

Een man moest bij het hoofdkantoor van de zending komen voor een test, om te zien of hij wel geschikt was om uitgezonden te worden. Maar de uitnodiging verbaasde de goede man. Hij moest om 3 uur ‘s-nachts op het kantoor verschijnen. Beetje raar, maar goed, hij haalde zijn schouders op en besloot gewoon te gaan. Precies om 3 uur in de nacht belde hij aan bij het hoofdkantoor en werd daar door een slaperige dienstbode naar de wachtkamer geleid.
“De directeur komt zo bij u,” aldus de dienstbode.
Maar er kwam niemand en de man bleef zwijgend wachten terwijl hij probeerde zich al zijn gememoriseerde Bijbelverzen voor de geest te halen.
Eindelijk om 9 uur in de morgen verscheen de directeur. Hij veegde de kruimels van het ontbijt nog van zijn mond en zei: “Goedemorgen. Ik heb een paar vragen voor u om te zien of u geschikt bent voor het zendingsveld.”
De aankomende zendeling deed een poging om de directeur zijn folder met diploma’s en aanbevelingen te geven, maar de man schudde zijn hoofd en zei: “Niet nodig. Daar heb ik niets aan. Het gaat om de vragen.”
De aankomende zendeling zette zich schrap. Nu gaat het gebeuren.
Vraag 1: Hoeveel is 3 plus 2?”
Huh? De zendeling begreep er niets van maar gaf gewoon antwoord. “Dat is 5.”
“En wie is de burgemeester van Wezel?
Het werd de arme zendeling bijna te gortig, maar hij antwoordde beleefd: “Ik vermoed… Ezel?”
“Prima,” zei de directeur. “U bent geslaagd. Wij kunnen u uitsturen.”
“Maar,” protesteerde de zendeling, “U heeft me nog helemaal niet getest?”
“Dat dacht u maar,” antwoordde de directeur met een grijns. “Eerst heb ik u getest op uw bereidwilligheid om offers te maken. U kwam hier om 3 uur in de nacht. Toen heb ik u getest op uw vermogen om rustig en geduldig te blijven en niet te gaan mopperen, door u zes uur te laten wachten terwijl ik lekker sliep en een prima ontbijt heb gehad. En tenslotte heb ik u getest op uw nederigheid door u een paar stompzinnige vragen te stellen die u rustig en zonder beledigd te zijn hebt willen beantwoorden. Ik denk dat u uitermate geschikt bent om het Evangelie op het zendingsveld te verkondigen. Gefeliciteerd.”

Wij zouden met God moeten omgaan in de grootste eenvoud. We moeten eerlijk en open met Hem spreken en Zijn hulp vragen in onze dagelijkse bezigheden, precies zoals ze zich voordoen.
Broeder Laurentius
Hemels perspectief

In de hemel is er niet langer ruimte voor het kwaad en de zonde. Hier op aarde is het zover nog niet. Hier op aarde heeft de zonde gevolgen in drie richtingen: naar God, naar jezelf en naar de samenleving. Zonde vervreemdt van God, verlaagt jezelf en schaadt anderen. Adams zonde is het klassieke voorbeeld van een verborgen zonde die uitliep op schade voor de hele mensheid.
Heb je je ooit afgevraagd hoe de wereld er vandaag uit zou zien als een man als Napoleon christen was geworden toen hij nog een tiener was?
Of als Hitler had geleerd om zijn Bijbel te lezen en God hem had geleerd zijn woede te beheersen?
Of als Stalin een zacht hart had gehad?
Of als Himmler was flauwgevallen bij het zien van bloed?
Of als Goebbels zendeling was geworden in Patagonië?
Of als alle zakenmensen plotseling eerlijk zouden worden?
Of als elke politicus zou ophouden met liegen?
Zo gaat de hemel er uitzien. Daar, waar iedere traan van onze ogen zal worden weggewassen en geen mens meer aan zijn medemens hoeft te vragen: “Ken jij de Heer wel?”
En daar ligt onze eeuwige toekomst.
Naar een artikel van A.W. Tozer
Sommigen mensen zijn net zo doof voor Gods genadige stem als de mensen die dicht bij een waterval wonen en het geruis van het water niet meer waarnemen. Je moet stil staan en je bewust worden van Zijn nooit aflatende, liefdevolle stem.
Alexander MacLaren

Dat is grappig
Na de preek liepen de gelovigen naar buiten om de dominee de hand te schudden. Iemand zei daarbij: “Bedankt voor de boodschap, dominee. Weet u, ik geloof dat u slimmer bent dan Albert Einstein.”
Stralend van trots zei de dominee: “Dank u, dat is heel aardig van u.”
Naarmate de week verstreek, begon de dominee na te denken over het compliment van de man. Hij begon zich af te vragen waarom iemand hem slimmer vond dan de grote wetenschapper. De zondag daarop vroeg hij de man daarom: “Wat bedoelde u precies toen u zei dat ik slimmer ben dan Einstein?”
De man antwoordde: “Nou dominee, ze zeggen dat Einstein zo slim was dat slechts tien mensen in de hele wereld hem konden begrijpen. Maar dominee, afgelopen zondag kon helemaal niemand u begrijpen!”
___