Maandag 1 juni 2026
Het gebed van een moeder

Heer, laat mij steeds weer verder schrijden,
Elke dag, door vreugde en door lijden.
Laat mij trouw met U over alle bergen gaan
Opdat mijn kind’ren in Uw licht gaan staan.
Laat mij hen zien opgroeien,
sterk van hart, vrij om te bloeien.
Geef mij een schouder, warm en zacht,
voor hun verdriet in een donk’re nacht.
Maak van mijn huis een veilige plek,
vol vreugde, aan liefde geen gebrek.
Help mij steeds een voorbeeld te zijn,
leid hen weg van schuld en pijn.
Pas wanneer zij hun hart aan U geven,
samen met U willen leven,
durft een moeder haar lasten neer te leggen
en haar zorgen eindelijk af te zeggen.
Dan fluistert zij, voldaan en stil in volle rust:
“Heer, leven voor U, dat was mijn lust.”
Bewerkt naar een onbekend gedicht
***

Wanneer een kind geboren wordt, fluistert God:
“Jij bent uniek. De wereld heeft nog nooit iemand gezien die precies is zoals jij.”
***

Toen ik het oude verhaal las over de liefde en de heldenmoed van Davids mannen, die zich een weg vochten door de linies van de Filistijnen om water te halen uit de bron van Bethlehem voor hun dorstige koning, zag ik ineens een beeld voor mij van een wereld vol mensen, gevangen in de duisternis van zonde en verlorenheid. Mensen die hun thuis waren kwijtgeraakt en leefden onder de macht van de vijand. Maar toen verscheen er Eén met een hart vol medelijden en oneindige liefde. Majesteit straalde van Zijn gezicht, kracht lag in Zijn armen en ontferming in Zijn ogen.
En Hij ging alleen.
De vijanden bewaakten de bron van het leven, maar Hij week niet terug. Hij trok dwars door hun linies heen, terwijl duizenden zich tegen Hem keerden. Hij werd geslagen, gegeseld en uiteindelijk aan een kruis genageld. Toch hield Hij stand.
Wie is deze Koning, gekleed in met bloed doordrenkte gewaden, voorttrekkend in macht en heerlijkheid? Het is de Heere; Jezus Christus, het Lam van God.
Hij vocht voor de verloren bron van het leven en won. Gewond en vermoeid kwam Hij terug, met in Zijn handen het water des levens voor allen die dorst hebben.
Alles wat wij bezitten door het geloof, heeft Hem iets gekost. Wij hebben vrede omdat Hij de storm doorstond. Wij ontvangen vergeving omdat Hij de duisternis van het kruis droeg. Wij ontvangen eeuwig leven omdat Hij stierf.
Elke zegen die tot ons komt, is gekocht met het bloed van de Zoon van God.
De handen die ons redden, zijn doorboorde handen.
Uit: Glimpses Through the Window of Life
***

Het Evangelie is voor iedereen toegankelijk. Je kunt het elke dag en op elk uur horen, het lijkt eenvoudig en helder, bijna kinderlijk eenvoudig. Maar wie van ons is nog kind genoeg om het werkelijk te begrijpen?
Het straalt als een brandende kaars, maar alleen wie ogen heeft om te zien, kan het licht waarnemen. En hoeveel er ook uit gelezen en over gepreekt wordt, de diepe betekenis ervan blijft verborgen voor wie geen oren heeft om te horen.
Lanza del Vasto
***
Om over na te denken

De meesten van ons gaan door het leven met een beetje gebed en het maken van wat vage plannen. Wij proberen om een betere positie te verkrijgen, we koesteren hoop op iets waarvan we nooit zeker weten of het wel zal komen. Zo zijn we in het geheim bang dat we de juiste weg zullen missen. Dat is een tragische verspilling van waarheid en het brengt het hart nooit tot rust.
Er is een betere weg. Die weg wijst onze eigen wijsheid af maar leidt naar Gods oneindige wijsheid en vraagt ons die te aanvaarden. Onze drang om vooruit te willen zien is op zichzelf misschien heel normaal en natuurlijk, maar vormt een echte hindernis voor onze geestelijke groei.
God heeft Zichzelf volledig verantwoordelijk gesteld voor ons eeuwige geluk en staat klaar om de leiding over ons leven te aanvaarden op het moment dat wij ons in geloof aan Hem toevertrouwen.
A.W. Tozer
***
Zonde is vergif dat wordt uitgegoten in de stroom van de tijd.
George Arthur Buttrick
***

Er was geen woord van al hetgeen Mozes geboden had, dat Jozua niet voorlas aan de gehele gemeente…
Jozua 8:35
Wij mensen zijn geneigd alleen te lezen wat ons bevalt en aangenaam is. Begrijpelijk, maar we moeten beseffen dat we zodoende soms ook de waarschuwingen negeren. Wij baden ons in het licht, maar sluiten onze ogen voor de bliksem. Wij houden van de gedeelten in de Bijbel die spreken over de zachtmoedigheid van onze Meester, maar wenden ons af van die passsages die Gods strengheid tonen. Dat is onverstandig, want het maakt ons geestelijk week en krachteloos. Het gevolg is dat het ons ontbreekt aan morele standvastigheid, zodat we ons op de dag van het kwaad niet overeind kunnen houden.
Wij moeten “al de woorden der wet” lezen. Zowel de zegeningen als de vervloekingen. Wij moeten met vaste blik op de ontzagwekkende ernst van de zonde en haar verschrikkelijke gevolgen zien. Tegen elke prijs moeten wij leren afrekenen met die valse zachtheid die compromissen sluit met onreinheid, en die slappe liefde die verstoken is van heilig vuur. Gods eeuwige liefde brandt tegen alle zonde. Gods liefde vertroost niet alleen onze ziel maar rukt ook de giftige, diep verborgen wortel van het kwaad krachtig in ons uit. Wij moeten zoeken naar die heilige liefde die is als een “verterend vuur.”
J.H. Jowett
***

Actief zijn in goede werken, maar ontrouw in het hart, is als het bouwen van een prachtig, hoog gebouw op een zwak fundament. Hoe hoger het gebouw, des te groter de val. Zonder het fundament van geloof kunnen goede werken niet standhouden.
Ambrosius van Milaan
***
Uit de schatkist van het verleden

Op een dag liep Charles Spurgeon met een vriend door Londen.
Onderweg wees Spurgeon plotseling naar een arme man die in versleten kleren langs de straat zat.
“Zie je die man?” vroeg hij zacht.
“Ja,” antwoordde zijn vriend.
Spurgeon keek nog eens naar de bedelaar en zei toen met tranen in zijn ogen:
“Als Gods genade mij niet had vastgepakt had ik die man daar kunnen zijn.”
Dat was typisch Spurgeon.
Ondanks zijn bekendheid bleef hij beseffen dat niemand zichzelf kan redden en dat genade geen loon is voor goede mensen, maar een geschenk voor verlorenen.
***
De helft van de problemen in het leven ontstaat doordat we te snel “ja” zeggen en niet op tijd “nee” durven te zeggen.
Josh Billings
***
Schepping

Een oude, gelovige man liep elke ochtend in alle vroegte door het veld bij zijn dorp. Op een dag vroeg iemand hem waarom hij dat telkens deed.
“Je gelooft toch in die Bijbel van jou? Je zou beter wat meer in dat boek kunnen lezen. Dit is toch zonde van je tijd?”
De oude man schudde rustig zijn hoofd.
“Je begrijpt er niets van,” zei hij zacht.
Toen bukte hij zich, plukte een klein grassprietje en hield het tussen zijn vingers.
“Als ik alleen in boeken zou lezen over Gods wijsheid, zou ik denken dat ik Hem wel ken. Maar wanneer ik de schoonheid zie van de natuur, dit gras dat zonder moeite leeft, groeit en zich buigt in de wind, dan besef ik dat ik Hem nog maar nauwelijks ken.”
Hij keek even voor zich uit en zei toen:
“De schepping is geen bewijsstuk dat je bestudeert. Het is een lied dat je hoort, als je stil genoeg wordt.”
***
Geluk groeit altijd in eigen tuin. Mensen maken vaak de fout te denken dat ze het geluk kunnen wegplukken uit de tuin van een ander.
Auteur onbekend
***
Hemels perspecief

Er was eens een eenvoudige monnik die jarenlang de taak had om elke ochtend de tegels in de kloostertuin te vegen. Hij sprak weinig en klaagde nooit. Maar op een dag vroeg een jonge broeder hem waarom hij dat werk zo trouw bleef doen, terwijl het zo onbelangrijk leek.
De oude monnik leunde op zijn bezem en keek even naar de lucht boven de tuin.
“Onbelangrijk?” zei hij zacht. “Ik denk dat je iets mist.”
Terwijl hij langzaam verder veegde, zei hij: “Wanneer ik hier loop, stel ik me voor dat elk blad dat valt een herinnering is aan hoe vergankelijk alles hier is.”
De jonge broeder knikte, maar begreep het niet goed.
De monnik keek weer omhoog en zei: “En dan denk ik aan de plek waar niets meer valt. Daar is geen herfst meer, daar breekt niets en is er geen verlies… daar waar het licht schijnt dat nooit dooft.”
Hij glimlachte zacht. “De hemel is niet ver weg. Het is de plek waar alles wat hier kapot is gegaan, wordt hersteld. Daar denk ik aan terwijl ik veeg.”
***

God zij geprezen en gedankt voor Zijn onuitsprekelijke gave: die is
onbeschrijflijk,
onbetaalbaar,
onvergelijkelijk,
onuitsprekelijk kostbaar,
boven alle woorden verheven.
—Lois E. LeBar
***
Een glimlach

Een oude predikant bezocht eens een boer uit zijn gemeente.
De boer stond bekend als een eenvoudige man; niet geleerd, maar met een groot hart voor God.
Toen de dominee binnenkwam, zag hij op tafel een oude, versleten Bijbel liggen.
“Lees je daar nog vaak in?” vroeg hij glimlachend.
“Jazeker,” zei de boer. “Elke dag.”
De predikant bladerde erdoorheen en zag dat sommige bladzijden vol vlekken zaten.
“Wat is hier gebeurd?” vroeg hij.
De boer keek een beetje beschaamd.
“Ach dominee… dat zijn de tranen van moeilijke dagen.”
De dominee sloeg wat bladzijden om en zag nu ook dat de tekst op sommige plekken haast onleesbaar was geworden
“En deze slijtageplekken dan?” vroeg de predikant.
De boer glimlachte.
“Dat zijn de plekken waar ik mij aan Gods beloften heb vastgehouden.”
***

Een man lag ’s nachts wakker in bed.
Hij piekerde over geld, over morgen, over wat anderen van hem vonden… en natuurlijk ook over allerlei rampen die waarschijnlijk nooit zouden gebeuren. Na uren draaien zuchtte hij diep en bad: “Heer… waarom voel ik mij toch zo ver van U?”
God antwoordde zacht: “Mijn kind… je bent al drie uur met van alles bezig geweest behalve met Mij.”
***

Een klein meisje zat ’s avonds op de rand van haar bed en keek naar de sterren door het raam. Haar vader kwam binnen om haar welterusten te zeggen.
“Papa,” vroeg ze zacht, “waar gaan mensen eigenlijk heen als ze doodgaan? Is doodgaan eng?”
De vader dacht even na. Hij wilde het niet te moeilijk maken.
Hij ging naast haar zitten en zei: “Weet je nog hoe jij soms in slaap valt in de auto als we ver rijden?”
Ze knikte.
“En word je dan bang en is het eng?”
“Nee, natuurlijk niet,” zei ze, “ik word gewoon wakker als we er zijn.”
De vader glimlachte. “Ik denk dat het zo ook is met de hemel,” zei hij zacht. “Je bent Gods lieve kind en je valt niet in een of ander donker gat, maar je wordt gewoon wakker bij God in de hemel.”
Het meisje keek nog even naar de sterren. “Het moet daar wel heel mooi zijn,” fluisterde ze.
“Ja,” zei hij, “mooier dan je kunt bedenken.”
Toen viel het kind rustig in slaap.
***
De Bijbel kennen is één ding. De Auteur kennen is iets anders.
***
Dat is grappig

Een jonge predikant stond voor zijn vuurdoop in zijn allereerste gemeente op het platteland. Vol enthousiasme bereidde hij zijn eerste preek voor, twintig pagina’s diepzinnige theologie, moeilijke woorden en drie citaten in het Latijn.
Die zondag zat de kleine kerk stampvol. De jonge dominee preekte bijna anderhalf uur lang. Hij zweette, sloeg op de kansel en had het gevoel dat God wel heel trots op hem zou zijn.
Na afloop kwam een oude boerin langzaam naar hem toe.
Ze schudde vriendelijk zijn hand en zei: “Dominee… dat was vast een héél goede preek.”
De jonge predikant glimlachte trots.
“Dank u wel, zuster. Wat sprak u het meeste aan?”
De oude vrouw dacht even na.
“Dat u uiteindelijk ‘amen’ zei en wij allemaal naar huis mochten.”
Die middag klopte de dominee ontmoedigd aan bij zijn mentor.
“Wat was er verkeerd?”vroeg hij huilerig.
“Beste kerel,” antwoordde de oude dominee. “De wijsheid komt met de jaren. Je moet nog leren dat schapen beter drinken uit een rustige beek dan uit een brandslang.”
___