Daily Light 37
Door Charles Spurgeon
De apostel Paulus opent het boek Efeziërs door ons onze ogen op te laten slaan naar de hemelse gewesten, zodat we al onze geestelijke zegeningen kunnen zien. Verzen 3 tot en met 7 van het eerste hoofdstuk ontvouwen als het ware een gouden keten van goddelijke zegeningen, die ons zijn toegekend al voordat de tijd begon en die zich uitstrekken tot in eeuwige heerlijkheid.
Gezegend
Efeziërs 1:3
Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in onze eenheid met Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend.
God zelf is de bron van alle zegeningen en in Christus heeft Hij ons al alle geestelijke zegeningen geschonken. Dit zijn geen tijdelijke of materiële geschenken, maar eeuwige schatten die toebehoren aan allen die “in Christus” leven. Als je de hemelse gewesten wilt zien terwijl je nog op aarde bent, mediteer dan vaak over je verlossing en vergeving.
Uitverkoren
Efeziërs 1:4
In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons uitgekozen om heilig en zuiver voor Hem te staan, en vol liefde.
Deze soevereine daad van goddelijke liefde vond plaats in de voorbije eeuwigheid. God verkoos ons niet omdat we op de een of andere manier beter waren dan anderen, want we waren allemaal even verloren en op weg naar de ondergang. Zijn doel bij de uitverkiezing was, dat we heilig en onberispelijk voor Hem zouden staan, bekleed met de gerechtigheid van Zijn geliefde Zoon.
Voorbestemd
Efeziërs 1:5
Hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om door Jezus Christus zijn kinderen te worden.
Voorbestemming is Gods genadige doel, dat met zekerheid wordt uitgevoerd. Het is een liefdevol ontwerp. We zijn van tevoren uitgekozen om deel uit te maken van Zijn eeuwige familie; niet als knechten, maar als zonen! Voorbestemming is geen moeilijk woord voor de gelovige, het is vol troost.
De Vader heeft ons liefdevol, vrij en eeuwig uitgekozen om Zijn eigen lieve kinderen te zijn.
Aangenomen ter ere van God
Efeziërs 1:6
[en dat] tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.
Van nature zijn alle mensen zondig. Door genade worden alle gelovigen opgenomen in de familie van God. Als zodanig zijn we de objecten van Gods eeuwige liefde en zorg. In Hem zijn we gekoesterd en veilig.
Verlost
Efeziërs 1:7
In Hem zijn wij door zijn bloed verlost…
Verlost worden is gekocht worden met een prijs. Die prijs was het kostbare, verzoenende bloed van Jezus. We waren slaven van de zonde, maar nu zijn we vrij en verlost van de slavernij van de zonde en de hel.
Vergeven
Efeziërs 1:7
[en hebben we] … de vergeving van zonden, in overeenstemming met de rijkdom van Gods genade.
Vergeving wordt niet verdiend; hij vloeit voort uit Gods overvloedige genade. Al onze zonden van het verleden, het heden en de toekomst zijn op Christus gelegd. “Zalig zijn zij wier overtredingen vergeven zijn, wier zonden bedekt zijn. Zalig de mens wiens zonde de Heer nooit tegen hem zal rekenen!”
Dat is de gouden keten van goddelijke zegeningen voor de gelovige! In Christus en door Zijn soevereine genade zijn we . . .
* Gezegend
* Uitverkoren
* Voorbestemd
* Aangenomen ter ere van God
* Verlost
* Vergeven!
Psalmen 100
[2] dien de HEER met vreugde,
kom tot Hem met jubelzang.
“https://www.debijbel.nl/NBV21”>© 2021 Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap