Slechts één keerde terug
Jezus vroeg: “Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn de andere negen?”
Lucas 17:17
Slechts één melaatse keerde terug om God te danken. Wat gebeurde er met de andere negen? Wellicht kan die vraag pas in de hemel volledig beantwoord worden, maar het is de moeite waard om er even over na te denken, want ondankbaarheid voor Gods geweldige genade ligt ook bij ons op de loer en verstoort onze warme relatie met God.
* Misschien waren de andere negen wel bang. Zij kenden het gevaar en wisten dat Jezus nauwlettend in de gaten werd gehouden door de religieuze leiders. Het was soms zelfs een overtreding om door Hem genezen te worden. Nee, bij Jezus kun je maar beter wegblijven.
* O Heer, ik bid om genade om niet zo laf te zijn, maar Uw naam uitbundig te verkondigen!
* Misschien waren de andere negen er ook niet gerust op dat de Meester hen nu verder met rust zou laten. Hij had hen immers genezen van die verschrikkelijke ziekte en het zou best kunnen dat Hij hen nu voor Zijn eigen karretje wilde spannen. Nee, zij waren er niet klaar voor om hun leven door Hem te laten regeren.
* O Heer, ik bid U om genade om meer toegewijd te zijn dan dat!
* Misschien waren de andere negen opgeslokt door de wereld.
Eindelijk gezond, eindelijk gelukkig. Nu konden zij zich weer bezighouden met hun wereldse plannen en hun eigen carrière. Zij hadden al te veel tijd verloren aan die ellendige ziekte, maar dat was nu gelukkig voorbij. Tijd om vooruit te kijken, zich weer bij de wereld te voegen en terug te keren naar hun oude leven met de eigen belangen.
* O Heer, geef mij de genade om zulk egoïsme te verafschuwen!
* Misschien dachten de andere negen wel dat de genezing die zij ontvingen hen toekwam. Zij zagen de afschuwelijke ziekte als een onrecht en gezondheid als hun recht, en daarom hoefden zij niet echt dankbaar te zijn. Zij hadden de Weldoener niet langer nodig; de druk van dringende nood was voorbij…
* O Heer, geef mij de genade om Uw onuitsprekelijke zegeningen nooit te vergeten!
Er is wellicht geen zonde donkerder dan ondankbaarheid na een wonder van God! Ik smeek U, Heer Jezus, red mij van mijn zelfzuchtige ondankbaarheid.